Art. 41 Richtlijn 2001/34/EG
De Gemeenschap kan, door middel van overeenkomstig het Verdrag met één of meer derde landen gesloten overeenkomsten, op basis van wederkerigheid de toelatingsprospectussen die zijn opgesteld en aan toezicht onderworpen overeenkomstig de voorschriften van dat derde land of die derde landen, erkennen als zijnde in overeenstemming met de bepalingen van deze richtlijn, mits de betrokken voorschriften de beleggers een bescherming bieden die gelijkwaardig is met die welke door deze richtlijn wordt geboden, ook indien die voorschriften verschillen van de bepalingen van deze richtlijn.