Art. 19 Verordening (EG) nr. 2037/2000, Rapportage
Verordening (EG) nr. 2037/2000
1. Elke producent, importeur en exporteur van gereguleerde stoffen verstrekt de Commissie en, door middel van een afschrift, de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat voor elke gereguleerde stof jaarlijks vóór 31 maart over de periode van 1 januari tot en met 31 december van het voorafgaande jaar de hieronder vermelde gegevens.
De vorm van dat rapport wordt volgens de procedure van artikel 18, lid 2, vastgesteld.
a) Iedere producent verstrekt de volgende gegevens:
- zijn totale productie voor elke gereguleerde stof;
- de in de Gemeenschap op de markt gebrachte of voor eigen rekening van de producent gebruikte geproduceerde hoeveelheden, gesplitst naar productie voor grondstof, technische hulpstof, quarantainedoeleinden, toepassingen voorafgaand aan het vervoer of andere toepassingen;
- de productie om te voorzien in de behoeften voor essentiële toepassingen in de Gemeenschap waarvoor overeenkomstig artikel 3, lid 4, vergunning is verleend;
- de productie om in de fundamentele binnenlandse behoeften van de partijen overeenkomstig artikel 5 van het protocol, waarvoor overeenkomstig artikel 3, lid 6, toestemming is verleend, te voorzien;
- de productie om in de essentiële of kritische toepassingen van de partijen waarvoor overeenkomstig artikel 3, lid 7, toestemming is verleend, te voorzien;
- een toename van de productie waarvoor in verband met industriële rationalisering krachtens artikel 3, leden 8, 9 en 10, toestemming is verleend;
- de hoeveelheden die zijn gerecycleerd, geregenereerd of vernietigd;
- de voorraden.
b) Iedere importeur, met inbegrip van tevens invoerende producenten, verstrekt de volgende gegevens:
- de in de Gemeenschap in het vrije verkeer gebrachte hoeveelheden, uitgesplitst naar invoer voor gebruik als grondstof of als technische hulpstof, voor essentiële of kritische toepassingen waarvoor overeenkomstig artikel 3, lid 4, vergunning is verleend voor gebruik bij quarantainemaatregelen en toepassingen voorafgaand aan het vervoer en voor vernietiging;
- de hoeveelheden gereguleerde stoffen die onder de actieve veredelingsprocedure in de Gemeenschap zijn ingevoerd;
- de hoeveelheden gebruikte gereguleerde stoffen die voor recycling of voor regeneratie zijn ingevoerd;
- de voorraden.
c) Iedere exporteur, met inbegrip van tevens uitvoerende producenten, verstrekt de volgende gegevens:
- de hoeveelheden uit de Gemeenschap uitgevoerde gereguleerde stoffen, met inbegrip van stoffen die onder de actieve veredelingsprocedure zijn ingevoerd, uitgesplitst naar uitvoer naar verschillende landen van bestemming, en naar uitvoer voor gebruik als grondstof of als technische hulpstof, voor essentiële toepassingen, voor kritische toepassingen, voor quarantainedoeleinden en toepassingen voorafgaand aan het vervoer, om in de fundamentele binnenlandse behoeften van de partijen overeenkomstig artikel 5 van het Protocol te voorzien, en voor vernietiging;
- de hoeveelheden gebruikte gereguleerde stoffen die voor recycling of voor regeneratie zijn uitgevoerd;
- de voorraden.
2. De douanediensten van de lidstaten zenden de afgestempelde gebruikte vergunningsdocumenten elk jaar vóór 31 december aan de Commissie terug.
3. Elke gebruiker die volgens artikel 3, lid 1, toestemming heeft verkregen om van een vrijstelling voor essentiële toepassingen gebruik te maken, deelt de Commissie en, door middel van een afschrift, de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat jaarlijks vóór 1 maart voor alle stoffen waarvoor hij toestemming heeft verkregen, mee waarvoor die zijn gebruikt, welke hoeveelheden hij het voorgaande jaar heeft gebruikt, welke hoeveelheden hij in voorraad heeft, gerecycleerd of vernietigd heeft en welke hoeveelheden die stoffen bevattende producten hij op de communautaire markt gebracht en/of uitgevoerd heeft.
4. Elke onderneming die toestemming heeft verkregen om gereguleerde stoffen als technische hulpstof te gebruiken, deelt de Commissie jaarlijks vóór 1 maart de tijdens het voorgaande jaar gebruikte hoeveelheden en een raming van de emissies tijdens het gebruik mee.
5. De Commissie neemt passende maatregelen om het vertrouwelijke karakter van de op grond van dit artikel verkregen gegevens te beschermen.
6. Teneinde de in het kader van het protocol aangegane verbintenissen na te komen of de praktische toepassing van de rapportagevoorschriften te verbeteren, kan de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 18, lid 2, de in de leden 1 tot en met 4 vervatte rapportagevoorschriften wijzigen.