Art. 12 Verordening (EG) nr. 2037/2000, Uitvoervergunning

Verordening (EG) nr. 2037/2000

1. De uitvoer van gereguleerde stoffen uit de Gemeenschap is aan een vergunning gebonden. Een uitvoervergunning wordt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2001 en voor elke periode van twaalf maanden nadien door de Commissie aan ondernemingen afgegeven, nadat is nagegaan of aan artikel 11 is voldaan. De Commissie zendt een afschrift van elke uitvoervergunning aan de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat.

2. Een aanvraag om een uitvoervergunning behelst:

a) de naam en het adres van de exporteur en de producent, indien niet identiek;

b) een omschrijving van de voor uitvoer bestemde gereguleerde stof(fen) met vermelding van:

- de handelsbenaming,

- de omschrijving en de GN-code, zoals opgenomen in bijlage IV,

- de aard van de stof (nieuw geproduceerd, teruggewonnen of geregenereerd);

c) de totale hoeveelheid van de uit te voeren stof;

d) het/de land(en) van eindbestemming van de gereguleerde stof(fen);

e) het doel van de uitvoer.

3. Iedere exporteur stelt de Commissie in kennis van alle wijzigingen die zich ten opzichte van de volgens lid 2 meegedeelde gegevens gedurende de geldigheid van de vergunning voordoen. Iedere exporteur rapporteert aan de Commissie overeenkomstig artikel 19.