Art. 6 Verordening (EG) nr. 1760/2000
Verordening (EG) nr. 1760/2000
1. Met ingang van 1 januari 1998 geeft de bevoegde autoriteit voor elk dier dat overeenkomstig artikel 4 moet worden geïdentificeerd, een paspoort af binnen 14 dagen na de kennisgeving van de geboorte van het dier of, voor dieren die uit derde landen zijn ingevoerd, binnen 14 dagen na kennisgeving van de nieuwe identificatie door de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 4, lid 3. De bevoegde autoriteit kan onder dezelfde voorwaarden een paspoort afgeven voor dieren uit een andere lidstaat. In dat geval wordt het paspoort waarvan het dier vergezeld gaat, overhandigd aan de bevoegde autoriteit, die het terugbezorgt aan de lidstaat die het heeft afgegeven.
De Commissie kan evenwel op verzoek van een lidstaat en overeenkomstig de in artikel 23, lid 2, bedoelde procedure bepalen in welke gevallen de maximumtermijn mag worden verlengd.
2. Dieren gaan bij verplaatsingen steeds vergezeld van het paspoort.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 1, eerste volzin, en lid 2, kunnen lidstaten:
- die beschikken over een gecomputeriseerd gegevensbestand dat naar het oordeel van de Commissie overeenkomstig artikel 5 volledig operationeel is, bepalen dat een paspoort alleen wordt afgegeven voor dieren die bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer en dat dieren uitsluitend bij verplaatsing van het grondgebied van de betrokken lidstaat naar het grondgebied van een andere lidstaat steeds vergezeld gaan van het paspoort, in welk geval het paspoort gegevens bevat die gebaseerd zijn op het gecomputeriseerde gegevensbestand.
In deze lidstaten wordt het paspoort waarvan een dier bij invoer uit een andere lidstaat vergezeld gaat, bij aankomst overhandigd aan de bevoegde autoriteit;
- tot 1 januari 2000 toestaan dat collectieve dierpaspoorten worden afgegeven voor bestanden die binnen de betreffende lidstaat worden verplaatst, mits deze bestanden dezelfde herkomst en bestemming hebben en vergezeld gaan van het veterinair certificaat.
4. Bij overlijden van een dier wordt het paspoort uiterlijk zeven dagen nadat het dier is gestorven, door de houder terugbezorgd aan de bevoegde autoriteit. Indien het dier naar een slachthuis wordt gezonden, ziet de beheerder van het slachthuis erop toe dat het paspoort aan de bevoegde autoriteit wordt terugbezorgd.
5. Wanneer dieren naar derde landen worden uitgevoerd, wordt het paspoort door de laatste houder overhandigd aan de bevoegde autoriteit op de plaats waar het dier wordt uitgevoerd.