Art. 22 Verordening (EG) nr. 1760/2000

Verordening (EG) nr. 1760/2000

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de naleving van deze verordening te garanderen. De betrokken controles staan los van de controles die de Commissie op grond van artikel 9 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 kan uitvoeren.

Door een lidstaat aan een veehouder opgelegde sancties staan in verhouding tot de ernst van de overtreding. Een sanctie kan, in voorkomend geval, inhouden dat de verplaatsingen van dieren naar of van het bedrijf van de betrokken houder worden beperkt.

2. De deskundigen van de Commissie, in samenwerking met de bevoegde autoriteiten

a) gaan na of de lidstaten de bepalingen van deze verordening naleven;

b) verrichten controles ter plaatse om na te gaan of de controles overeenkomstig deze verordening worden uitgevoerd.

3. De lidstaten op het grondgebied waarvan een controle wordt uitgevoerd, verlenen de deskundigen van de Commissie alle medewerking die deze deskundigen bij het verrichten van hun taak nodig kunnen hebben.

De controleresultaten moeten met de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat worden besproken voordat er een eindverslag wordt opgesteld en verspreid.

4. Als de Commissie dit in het licht van de controleresultaten nodig acht, beziet zij de situatie in het kader van het Permanent Veterinair Comité als bedoeld in artikel 23, lid 1, onder c). Zij kan de nodige besluiten vaststellen overeenkomstig de procedure van artikel 23, lid 3.

5. De Commissie volgt de ontwikkelingen; in het licht van die ontwikkelingen en overeenkomstig de procedure van artikel 23, lid 3, kan zij de in lid 4 bedoelde besluiten wijzigen of intrekken.

6. Indien nodig worden overeenkomstig artikel 23, lid 3, nadere bepalingen ter uitvoering van dit artikel vastgesteld.

Uitspraken die dit artikel aanhalen