Art. 16 Verordening (EG) nr. 1760/2000, Algemene bepalingen
Verordening (EG) nr. 1760/2000
1. Wanneer etiketten andere gegevens bevatten dan de in deel I van deze titel bedoelde gegevens, zendt elke betrokken handelaar of organisatie een productspecificatie ter goedkeuring toe aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het betrokken rundvlees wordt geproduceerd of verkocht. Tevens kan de bevoegde autoriteit productspecificaties vaststellen voor gebruik in de betrokken lidstaat, op voorwaarde dat het gebruik ervan niet verplicht is.
In geval van facultatieve etikettering moeten in een specificatie worden vermeld:
- de informatie die op het etiket moet worden vermeld,
- de maatregelen die moeten worden genomen om de juistheid van deze informatie te garanderen,
- de controles die in alle stadia van productie en verkoop zullen worden uitgevoerd, met inbegrip van de controles die moeten worden uitgevoerd door een door de handelaar of organisatie aan te wijzen en door de bevoegde autoriteit erkende onafhankelijke dienst. Deze diensten moeten voldoen aan de criteria van de Europese norm nr. EN/45011,
- in het geval van een organisatie, de maatregelen die worden genomen ten aanzien van een lid dat de productspecificatie niet in acht neemt.
De lidstaten kunnen besluiten dat de controles door een onafhankelijke dienst vervangen kunnen worden door controles door een bevoegde autoriteit. De bevoegde autoriteit moet in dat geval beschikken over het gekwalificeerde personeel en de middelen die nodig zijn om de noodzakelijke controles te verrichten.
De kosten van de uit hoofde van dit deel uitgevoerde controles komen ten laste van de handelaar of de organisatie die de etiketteringsregeling toepast.
2. Een specificatie mag slechts worden goedgekeurd als de bevoegde autoriteit op basis van een grondig onderzoek van de in lid 1 bedoelde elementen, de zekerheid heeft dat de overwogen etiketteringsregeling en met name de betrokken controleregeling deugdelijk functioneert en betrouwbaar is. De bevoegde autoriteit weigert elke specificatie die geen verband legt tussen enerzijds de identificatie van het karkas, een voor- of achtervoet, of stukken vlees en anderzijds het betrokken dier of, waar zulks volstaat om de juistheid van de informatie op het etiket te waarborgen, de betrokken dieren.
Specificaties die leiden tot etiketten met informatie die misleidend of onvoldoende duidelijk is, worden eveneens afgewezen.
3. Wanneer de productie en/of de verkoop van rundvlees plaatsvindt in twee of meer lidstaten, onderzoeken de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, elk voor de gegevens die betrekking hebben op activiteiten die plaatsvinden op het eigen grondgebied, de ingediende productspecificaties en keuren die eventueel goed. De betrokken lidstaten erkennen in dat geval de door de andere betrokken lidstaten verleende goedkeuringen.
Indien binnen een volgens de procedure van artikel 23, lid 2, vast te stellen termijn, te rekenen vanaf de dag volgend op die waarop de aanvraag is ingediend, geen goedkeuring is geweigerd of verleend of indien niet om aanvullende informatie is verzocht, wordt de specificatie geacht te zijn goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.
4. Als de bevoegde autoriteiten van alle betrokken lidstaten de ingediende productspecificatie goedkeuren, wordt de betrokken handelaar of vereniging gemachtigd om zijn of haar rundvlees te etiketteren, op voorwaarde dat de etikettering zijn naam of logo vermeldt.
5. In afwijking van de leden 1 tot en met 4 kan de Commissie, volgens de procedure van artikel 23, lid 2, voor specifieke gevallen een versnelde of vereenvoudigde goedkeuringsprocedure invoeren, met name voor rundvlees in kleine detailhandelsverpakkingen of voor technische delen in afzonderlijke verpakkingen die in een lidstaat volgens een goedgekeurde specificatie zijn geëtiketteerd en zijn binnengebracht op het grondgebied van een andere lidstaat, op voorwaarde dat aan het oorspronkelijke etiket geen informatie wordt toegevoegd.
6. Een lidstaat besluit dat de naam van één of meer van zijn regio's niet mag worden gebruikt, in het bijzonder wanneer de naam van een regio
- aanleiding kan geven tot verwarring of de controle kan bemoeilijken,
- alleen mag worden gebruikt voor rundvlees in het kader van Verordening (EEG) nr. 2081/92.
In het geval dat er toestemming wordt verleend, wordt de naam van de regio aangevuld met de naam van de lidstaat.
7. De lidstaten informeren de Commissie over de toepassing van dit artikel en meer bepaald over de op de etiketten vermelde gegevens. De Commissie informeert de andere lidstaten hierover in het Comité van beheer voor rundvlees als bedoeld in artikel 23, lid 1, onder b). In voorkomend geval kunnen volgens de procedure van artikel 23, lid 2, regels betreffende deze gegevens worden vastgesteld en kunnen er met name beperkingen worden opgelegd.