Art. 2

1. Er wordt steun ingesteld voor de verwerking van voor de vezelproductie bestemd vlas- en hennepstro.

De steun wordt aan de erkende eerste verwerker toegekend op basis van de hoeveelheid vezels die daadwerkelijk is verkregen uit het stro waarvoor met een landbouwer een aankoop-verkoopcontract is gesloten.

Evenwel wordt,

a) ingeval de landbouwer zelf de erkende eerste verwerker is, het aankoop-verkoopcontract vervangen door een verbintenis van de betrokkene om de verwerking zelf uit te voeren;

b) ingeval de landbouwer eigenaar blijft van het stro dat hij onder contract door een erkende eerste verwerker laat verwerken en hij kan bewijzen dat hij de verkregen vezels in de handel heeft gebracht, de steun aan de landbouwer toegekend.

2. Er wordt geen steun verleend aan erkende eerste verwerkers of landbouwers van wie is komen vast te staan dat zij artificieel de voorwaarden hebben gecreëerd om voor steun in aanmerking te komen en dus een voordeel zouden genieten dat niet in overeenstemming is met de doelstellingen van de steunregeling voor de vezelproductie.

3. Het bedrag van de verwerkingssteun, per ton vezels, wordt als volgt vastgesteld:

a) voor lange vlasvezels:

- 100 EUR voor het verkoopseizoen 2001/2002,

- 160 EUR voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006,

- 200 EUR vanaf het verkoopseizoen 2006/2007;

b) voor korte vlasvezels en voor hennepvezels met maximaal 7,5 % onzuiverheden en scheven: 90 EUR voor de verkoopseizoenen 2001/2002 tot en met 2005/2006.

Voor de verkoopseizoenen 2001/2002 tot en met 2003/2004 kan de lidstaat echter, op grond van de traditionele afzet, ook de volgende steun toekennen:

- voor korte vlasvezels met een gehalte aan onzuiverheden en scheven van 7,5 tot 15 %,

- voor hennepvezels met een gehalte aan onzuiverheden en scheven van 7,5 tot 25 %.

In die gevallen kent de lidstaat de steun toe voor een hoeveelheid die op basis van 7,5 % onzuiverheden en scheven ten hoogste gelijk is aan de geproduceerde hoeveelheid.

4. De hoeveelheden voor steun in aanmerking komende vezels worden beperkt op basis van de oppervlakten waarvoor een van de contracten of een verbintenis als bedoeld in lid 1 is aangegaan.

De in de eerste alinea bedoelde limieten worden door de lidstaten zo vastgesteld dat de in artikel 3 bedoelde gegarandeerde nationale hoeveelheden in acht worden genomen.

5. Indien de erkende eerste verwerker hierom verzoekt, wordt een steunvoorschot op basis van de verkregen hoeveelheden vezels uitgekeerd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen