Art. 20 Verordening (EG) nr. 1623/2000, Voorwaarden voor toekenning van de steun

Verordening (EG) nr. 1623/2000

1. De bereider of de fabrikant moet de totale hoeveelheid geconcentreerde druivenmost waarvoor steun is aangevraagd, gebruiken voor de in artikel 35, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1493/1999 genoemde doeleinden. Er wordt een tolerantie naar beneden van 10 % ten opzichte van de in de aanvraag vermelde hoeveelheid geconcentreerde druivenmost toegestaan.

2. De bereider of de fabrikant dient een voorraadboekhouding bij te houden waarin met name moeten worden vermeld:

a) de partijen geconcentreerde druivenmost die dagelijks worden gekocht en in zijn bedrijf worden aangevoerd, alsmede de in artikel 19, lid 2, onder b) en c), van deze verordening bedoelde gegevens en de naam en het adres van de verkoper(s);

b) de hoeveelheden geconcentreerde druivenmost die dagelijks voor de in artikel 35, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1493/1999 genoemde doeleinden worden gebruikt,

c) de partijen eindproducten als bedoeld in artikel 35, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1493/1999 die dagelijks worden geproduceerd en zijn bedrijf verlaten, en de naam en het adres van de geadresseerde(n).

3. Binnen één maand na de datum waarop, rekening houdend met de bij lid 1 van dit artikel vastgestelde tolerantie, de totale hoeveelheid geconcentreerde druivenmost waarvoor steun is aangevraagd, voor de in artikel 35, lid 1, onder b) of c), van Verordening (EG) nr. 1493/1999 genoemde doeleinden is gebruikt, brengt de bereider of de fabrikant de bevoegde instantie daarvan schriftelijk op de hoogte.

4. Behoudens overmacht is de steun niet verschuldigd wanneer de bereider of de fabrikant de in lid 1 van dit artikel bedoelde verplichting niet nakomt.

5. Wanneer de bereider of de fabrikant een andere uit deze verordening voortvloeiende verplichting niet nakomt dan die bedoeld in lid 1 van dit artikel, wordt, behalve in geval van overmacht, de te betalen steun verminderd met een bedrag dat door de bevoegde instantie wordt vastgesteld naar gelang van de ernst van het verzuim.

6. In geval van overmacht neemt de bevoegde instantie de maatregelen die zij in verband met de aangevoerde omstandigheden noodzakelijk acht.

Vorige artikelen

Volgende artikelen