Art. 2 Verordening (EG) nr. 1348/2000, Verzendende en ontvangende instanties
Verordening (EG) nr. 1348/2000
1. Elke lidstaat wijst de deurwaarders, autoriteiten of andere personen aan, hierna "verzendende instanties" genoemd, die bevoegd zijn gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken te verzenden ter betekening of kennisgeving in een andere lidstaat.
2. Elke lidstaat wijst de deurwaarders, autoriteiten of andere personen aan, hierna "ontvangende instanties" genoemd, die bevoegd zijn van een andere lidstaat afkomstige gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken in ontvangst te nemen.
3. Elke lidstaat kan één verzendende instantie en één ontvangende instantie aanwijzen, dan wel een instantie die beide functies vervult. Een federale staat, een staat waarin verschillende rechtsstelsels gelden of een staat met autonome territoriale structuren kan meer dan een van dergelijke instanties aanwijzen. De aanwijzing is vijf jaar geldig en kan telkens met vijf jaar worden verlengd.
4. Elke lidstaat verstrekt de Commissie de volgende gegevens:
a) de naam en het adres van de in de leden 2 en 3 bedoelde ontvangende instanties,
b) hun territoriale bevoegdheid,
c) de wijze waarop zij stukken kunnen ontvangen,
d) de talen die kunnen worden gebruikt voor het invullen van het formulier waarvan het model in de bijlage is opgenomen.
De lidstaten stellen de Commissie van alle wijzigingen van deze gegevens in kennis.