Art. 34 Verordening (EG) nr. 1347/2000, Ontbrekende documenten
Verordening (EG) nr. 1347/2000
1. Bij gebreke van overlegging van de in artikel 32, lid 1, onder b), of in artikel 32, lid 2, bedoelde documenten kan de rechterlijke instantie voor de overlegging een termijn bepalen of gelijkwaardige documenten aanvaarden, dan wel, indien zij zich voldoende voorgelicht acht, van de overlegging vrijstelling verlenen.
2. Indien de rechterlijke instantie dit verlangt, wordt van de documenten een vertaling overgelegd. De vertaling wordt gewaarmerkt door degene die in een van de lidstaten daartoe gemachtigd is.