Art. 4 Verordening (EG) nr. 1346/2000, Toepasselijk recht
Verordening (EG) nr. 1346/2000
1. Tenzij deze verordening iets anders bepaalt, worden de insolventieprocedure en de gevolgen daarvan beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de insolventieprocedure wordt geopend, hierna te noemen "lidstaat waar de procedure wordt geopend".
2. Het recht van de lidstaat waar de procedure wordt geopend, bepaalt onder welke voorwaarden deze procedure wordt geopend, verloopt en wordt beëindigd. Het bepaalt met name:
a) welke schuldenaars op grond van hun hoedanigheid aan een insolventieprocedure kunnen worden onderworpen;
b) welk deel van het vermogen van de schuldenaar tot de boedel behoort en of de na de opening van de insolventieprocedure verkregen goederen tot deze boedel behoren;
c) welke de respectieve bevoegdheden van de schuldenaar en de curator zijn;
d) onder welke voorwaarden een verrekening kan worden tegengeworpen;
e) de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is;
f) de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen met uitzondering van lopende rechtsvorderingen;
g) welke vorderingen te verhalen zijn op het vermogen van de schuldenaar en wat de gevolgen zijn ten aanzien van vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure;
h) de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen;
i) de regels betreffende de verdeling van de opbrengst van de te gelde gemaakte goederen, de rangindeling van de vorderingen, en de rechten van schuldeisers die krachtens een zakelijk recht of ingevolge verrekening gedeeltelijk zijn voldaan;
j) de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure, met name door een akkoord;
k) de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is;
l) voor wiens rekening de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure zijn;
m) de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HvJ EU 6 februari 2019, C-535/17, ECLI:EU:C:2019:96
- HvJ EU 19 september 2013, C-251/12, ECLI:EU:C:2013:566
- HvJ EU 4 december 2019, C-493/18, ECLI:EU:C:2019:1046
- HvJ EU 11 november 2021, C-168/20, ECLI:EU:C:2021:907
- HvJ EU 10 december 2015, C-594/14, ECLI:EU:C:2015:806
- HvJ EU 21 november 2019, C-198/18, ECLI:EU:C:2019:1001
- HvJ EU 25 november 2021, C-25/20, ECLI:EU:C:2021:963