Art. 15 Verordening (EG) nr. 1291/2000
Verordening (EG) nr. 1291/2000
1. Certificaataanvragen die voorwaarden inhouden waarin bij de communautaire regelgeving niet is voorzien, worden afgewezen.
2. Een certificaataanvraag wordt afgewezen indien bij de bevoegde instantie uiterlijk om 13.00 uur van de dag van indiening van de aanvraag geen voldoende zekerheid is gesteld.
Voor het bedrag van de zekerheid is de dag van indiening van de aanvraag in de zin van de eerste alinea bepalend voor het ontstaansfeit ter zake van de wisselkoers van de euro.
3. Indien voor een certificaat het totaalbedrag van de zekerheid niet meer dan 60 EUR bedraagt of indien het certificaat op naam van een interventiebureau wordt gesteld, wordt de zekerheid niet verlangd.
4. Indien de lidstaten gebruik maken van de in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 2220/85 bedoelde mogelijkheid, wordt het bedrag van de zekerheid geëist bij het verstrijken van de termijn van twee maanden na afloop van de geldigheidsduur van het certificaat.
5. Geen zekerheid wordt geëist voor certificaten die worden afgegeven voor uitvoer naar derde landen in het kader van de levering van niet-communautaire voedselhulp door humanitaire organisaties die daartoe door de lidstaat van uitvoer zijn erkend. De lidstaat stelt de Commissie onmiddellijk van de erkende humanitaire organisaties in kennis.
6. Bij de toepassing van de leden 3 tot en met 5 geldt mutatis mutandis het bepaalde in artikel 5, lid 1, laatste alinea.