Art. 6 Richtlijn 2000/78/EG, Rechtvaardiging van verschillen in behandeling op grond van leeftijd
1. Niettegenstaande artikel 2, lid 2, kunnen de lidstaten bepalen dat verschillen in behandeling op grond van leeftijd geen discriminatie vormen indien zij in het kader van de nationale wetgeving objectief en redelijk worden gerechtvaardigd door een legitiem doel, met inbegrip van legitieme doelstellingen van het beleid op het terrein van de werkgelegenheid, de arbeidsmarkt of de beroepsopleiding, en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Dergelijke verschillen in behandeling kunnen onder meer omvatten:
a) het creëren van bijzondere voorwaarden voor toegang tot arbeid en beroepsopleiding, van bijzondere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, met inbegrip van voorwaarden voor ontslag en beloning voor jongeren, oudere werknemers en werknemers met personen ten laste, teneinde hun opneming in het arbeidsproces te bevorderen, en hun bescherming te verzekeren;
b) de vaststelling van minimumvoorwaarden met betrekking tot leeftijd, beroepservaring of -anciënniteit in een functie voor toegang tot de arbeid of bepaalde daaraan verbonden voordelen;
c) de vaststelling van een maximumleeftijd voor aanwerving, gebaseerd op de opleidingseisen voor de betrokken functie of op de noodzaak van een aan pensionering voorafgaand redelijk aantal arbeidsjaren.
2. Niettegenstaande artikel 2, lid 2, kunnen de lidstaten bepalen dat de vaststelling, in ondernemings- en sectoriële regelingen inzake sociale zekerheid, van een toetredingsleeftijd of van een leeftijd voor het verkrijgen van het recht op pensioen- of invaliditeitsuitkeringen, inclusief de vaststelling van verschillende leeftijden voor werknemers of voor groepen of categorieën werknemers, in de ondernemings- en sectoriële regelingen inzake sociale zekerheid, en het gebruik, in het kader van die regelingen, van leeftijdscriteria in de actuariële berekeningen, geen discriminatie op grond van leeftijd vormt, mits dat niet leidt tot discriminatie op grond van geslacht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2614
- HR 16 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3022
- CRvB 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2615
- CRvB 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2617
- CRvB 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2620
- Conclusie A-G Wissink 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:54
- CRvB 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2618
- Conclusie A-G Timmerman 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:158
- CRvB 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2622
- Conclusie A-G Keus 10 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:506
- CRvB 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2619
- Rb. 's-Gravenhage 14 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD1612
- Rb. Overijssel 7 december 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5356
- Rb. Overijssel 25 november 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5235
- Rb. Noord-Holland 6 januari 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:2201
- Hof 's-Hertogenbosch 3 maart 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BH4945
- Hof Den Haag 9 juni 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1285
- Hof Den Haag 9 juni 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1284
- Hof Arnhem-Leeuwarden 24 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9672