Art. 12 Richtlijn 2000/59/EG, Begeleidende maatregelen
1. De lidstaten:
a) treffen alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat kapiteins, aanbieders van havenontvangstvoorzieningen en andere betrokken personen naar behoren worden geïnformeerd over de eisen die uit hoofde van deze richtlijn aan hen worden gesteld en dat zij aan die eisen voldoen;
b) wijzen autoriteiten of instanties aan voor het vervullen van de taken in het kader van deze richtlijn;
c) zorgen voor samenwerking tussen de betrokken autoriteiten en instanties en commerciële organisaties met het oog op een doeltreffende uitvoering van deze richtlijn;
d) zorgen ervoor dat de informatie die overeenkomstig artikel 6 door kapiteins is aangemeld, naar behoren wordt onderzocht;
e) zorgen ervoor dat de formaliteiten in verband met het gebruik van havenontvangstvoorzieningen eenvoudig en vlot verlopen en onnodig oponthoud van schepen wordt vermeden, zodat de kapitein wordt gestimuleerd de havenontvangstvoorzieningen te gebruiken;
f) zorgen ervoor dat de Commissie een afschrift van klachten over ontoereikende havenontvangstvoorzieningen als bedoeld in artikel 4, lid 3, ontvangt;
g) zorgen ervoor dat de verwerking, terugwinning of verwijdering van scheepsafval en ladingresiduen plaatsvindt overeenkomstig Richtlijn 75/442/EEG en andere toepasselijke Gemeenschapswetgeving betreffende afvalstoffen, in het bijzonder Richtlijn 75/439/EEG van de Raad van 16 juni 1975 inzake de verwijdering van afgewerkte olie(9) en Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen(10).
h) zorgen er overeenkomstig hun nationale wetgeving voor dat alle partijen die deelnemen aan het afgeven of ontvangen van scheepsafval en ladingresiduen, een compensatie kunnen eisen voor overmatige vertraging.
2. Afgegeven scheepsafval en ladingresiduen worden beschouwd als in het vrije verkeer te zijn gebracht in de zin van artikel 79 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek(11). Overeenkomstig artikel 45 van het communautair douanewetboek zien de douaneautoriteiten af van de eis dat er een summiere aangifte moet worden ingediend.
3. De lidstaten en de Commissie werken samen om, ten minste voor de gehele Gemeenschap, een passend informatie- en controlesysteem op te zetten zodat:
- schepen die hun scheepsafval en ladingresiduen niet overeenkomstig deze richtlijn hebben afgegeven, beter kunnen worden geïdentificeerd,
- kan worden nagegaan of de doelstellingen van artikel 1 van de richtlijn zijn gehaald.
4. De lidstaten en de Commissie werken samen bij de vaststelling van gemeenschappelijke criteria voor de aanwijzing van de in artikel 8, lid 2, onder c), bedoelde schepen.