Art. 4 Richtlijn 2000/55/EG
1. Onverminderd de artikelen 5 en 6 moeten de procedures voor de overeenstemmingsbeoordeling van voorschakelapparaten als afzonderlijk onderdeel of ingebouwd in verlichtingsapparatuur, en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming voldoen aan module A, de criteria en de algemene richtsnoeren van de bijlage van Besluit 93/465/EEG van de Raad.
2. De in punt 2 van module A van Besluit 93/465/EEG van de Raad bedoelde periode is voor de doeleinden van deze richtlijn op 3 jaar vastgesteld.
3. a) De in punt 3 van module A van Besluit 93/465/EEG van de Raad bedoelde technische documentatie moet de volgende gegevens bevatten:
i) naam en adres van de fabrikant;
ii) een algemene beschrijving van het model die voldoende is om het op eenduidige wijze te identificeren;
iii) informatie, zo nodig met tekeningen, over de voornaamste ontwerpkenmerken van het model, met name in verband met aspecten die belangrijk voor het elektriciteitsverbruik zijn;
iv) de gebruiksaanwijzing;
v) verslagen van de overeenkomstig de eisen van punt c) uitgevoerde proeven ter bepaling van het opgenomen vermogen;
vi) gegevens over de overeenstemming van de resultaten van die proeven met de in bijlage I neergelegde eisen inzake energieverbruik.
b) Technische documentatie die is samengesteld in overeenstemming met andere communautaire wetgeving kan, voor zover zij aan die eisen voldoet, worden gebruikt.
c) De fabrikanten van voorschakelapparaten zijn verantwoordelijk voor de meting, overeenkomstig de in Europese norm EN 50294 van december 1998 gespecificeerde procedures, van het opgenomen vermogen voor elk onder deze richtlijn vallend voorschakelapparaat, alsmede voor de overeenstemming van het apparaat met de eisen van de artikelen 2 en 9.