Art. 4 Richtlijn 2000/53/EG, Preventie
1. Om de preventie van afval te bevorderen, moedigen de lidstaten met name aan dat:
a) fabrikanten van voertuigen, in samenwerking met materiaal- en apparatuurfabrikanten, het gebruik van gevaarlijke stoffen in voertuigen beperken en voorzover mogelijk reeds in de ontwerpfase verminderen, teneinde het vrijkomen ervan in het milieu te voorkomen, recycling te vergemakkelijken en de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen te vermijden;
b) demontage, hergebruik en nuttige toepassing, en met name recycling, van autowrakken en van daarin verwerkte onderdelen en materialen, bij het ontwerp en de productie van nieuwe voertuigen volledig worden ingecalculeerd en vergemakkelijkt;
c) de fabrikanten van voertuigen, in samenwerking met materiaal- en apparatuurfabrikanten, steeds meer gerecycleerd materiaal in voertuigen en in andere producten gaan gebruiken, om de markten voor gerecycleerde materialen te ontwikkelen.
2. a) De lidstaten zien erop toe dat materialen en onderdelen van voertuigen die na 1 juli 2003 in de handel worden gebracht, geen lood, kwik, cadmium of zeswaardig chroom bevatten, behoudens in de gevallen genoemd in bijlage II, onder de aldaar vermelde voorwaarden.
b) De Commissie draagt er zorg voor dat bijlage II volgens de procedure van artikel 11 geregeld wordt aangepast aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, met het oog op
i) in voorkomend geval, de vaststelling van maximumconcentratiewaarden waaronder de onder a) bedoelde stoffen in specifieke materialen en onderdelen van voertuigen worden getolereerd;
ii) de vrijstelling van bepaalde materialen en onderdelen van voertuigen van de toepassing van punt a), indien het gebruik van genoemde stoffen onvermijdelijk is;
iii) het schrappen van de materialen en onderdelen uit bijlage II, indien het gebruik van genoemde stoffen kan worden vermeden;
iv) de aanwijzing krachtens de punten i) en ii) van materialen en onderdelen die vóór verdere verwerking in aanmerking komen voor selectieve demontage; zij worden daartoe gemerkt of op een andere passende wijze herkenbaar gemaakt;
c) Uiterlijk op 21 oktober 2001 wijzigt de Commissie bijlage II voor de eerste keer. In geen geval kunnen een of meer van de in de bijlage vervatte uitzonderingen daaruit worden geschrapt voor 1 januari 2003.