Art. 2 Richtlijn 2000/36/EG

Richtlijn 2000/36/EG

1. De andere plantaardige vetten dan cacaoboter die in bijlage II worden omschreven en opgesomd, mogen aan de in deel A, punten 3, 4, 5, 6, 8 en 9 van bijlage I omschreven chocoladeproducten worden toegevoegd. Deze toegevoegde hoeveelheid mag na aftrek van het totale gewicht van de andere voor menselijke consumptie geschikte stoffen die daarin eventueel overeenkomstig deel B van bijlage I zijn verwerkt, niet meer bedragen dan 5 % van het eindproduct en het minimumgehalte aan cacaoboter of het totaalgehalte aan droge cacaobestanddelen mag daarbij niet worden verminderd.

2. Chocoladeproducten die overeenkomstig lid 1 andere plantaardige vetten dan cacaoboter bevatten, mogen in alle lidstaten in de handel worden gebracht, op voorwaarde dat de in artikel 3 omschreven etikettering van die producten wordt aangevuld met de volgende, opvallende en duidelijk leesbare vermelding: "bevat naast cacaoboter ook andere plantaardige vetten". Deze vermelding staat in hetzelfde gezichtsveld als de lijst van ingrediënten, waarvan zij duidelijk gescheiden is, in een minstens even groot lettertype en vetgedrukt, en in de nabijheid van de verkoopbenaming; los daarvan kan de verkoopbenaming ook op een andere plaats staan.

3. Bijlage II wordt gewijzigd volgens de procedure van artikel 95 van het Verdrag.

4. Uiterlijk 3 februari 2006 dient de Commissie, overeenkomstig artikel 95 van het Verdrag en rekening houdend met de resultaten van een adequate studie naar de gevolgen van deze richtlijn voor de economie van de landen die cacao en andere plantaardige vetten dan cacaoboter produceren, zo nodig een voorstel in tot wijziging van de lijst in bijlage II.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen