Art. 21 Richtlijn 2000/9/EG

Richtlijn 2000/9/EG

1. De lidstaten dragen zorg voor aanneming en bekendmaking van de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om uiterlijk op 3 mei 2002 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van de bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

3. De lidstaten geven gedurende vier jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn toestemming:

- voor de bouw en inbedrijfstelling van installaties,

- voor het in de handel brengen van subsystemen en veiligheidscomponenten,

die met de op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn op hun grondgebied geldende voorschriften in overeenstemming zijn.

4. De Commissie legt uiterlijk op 3 mei 2004 aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de uitvoering van deze richtlijn, en met name artikel 1, lid 6, en artikel 17, en doet eventueel voorstellen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen