Art. 46 Verordening (EG) nr. 2342/1999, Mededelingen
Verordening (EG) nr. 2342/1999
1. Vanaf 1 juli 2000 delen de lidstaten de Commissie jaarlijks uiterlijk op 15 september (voor de gegevens die betrekking hebben op het eerste halfjaar van het lopende jaar) en op 1 maart (voor de gegevens die betrekking hebben op het tweede halfjaar van het voorafgaande jaar) mee:
a) het aantal mannelijke runderen waarvoor een speciale premie is aangevraagd, onderverdeeld naar:
- leeftijdstranche,
- categorie (stier of os);
b) het aantal koeien waarvoor een zoogkoeienpremie is aangevraagd, uitgesplitst naar de in artikel 6, lid 2, onder a), respectievelijk b), van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde regelingen;
c) het aantal dieren waarvoor een slachtpremie is aangevraagd, onderverdeeld naar categorie (volwassen rund of kalf) en met de vermelding of het om geslachte dan wel om uitgevoerde dieren gaat;
d) het aantal dieren waarvoor aanvragen voor een seizoencorrectiepremie zijn ingewilligd, uitgesplitst in dieren waarvoor de speciale premie voor de eerste tranche is toegekend en dieren waarvoor de speciale premie voor de tweede tranche is toegekend, en telkens het dienovereenkomstige aantal producenten.
2. Vanaf het jaar 2001 delen de lidstaten de Commissie uiterlijk op 31 juli voor het voorafgaande kalenderjaar mee:
a) het aantal mannelijke runderen waarvoor aanvragen voor een speciale premie zijn ingewilligd, onderverdeeld naar:
- leeftijdstranche,
- categorie (stier of os),
met vermelding van:
- in voorkomend geval, de toekenning van het extensiveringsbedrag (onderverdeeld volgens de in artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 vastgestelde grenzen) en het aantal betrokken producenten onderverdeeld volgens genoemde grenzen,
- het aantal dieren, onderverdeeld naar leeftijdstranche, waarvoor de speciale premie uit hoofde van het vorige kalenderjaar als gevolg van de toepassing van het regionale maximum niet is toegekend;
b) het aantal koeien en vaarzen waarvoor aanvragen voor een zoogkoeienpremie zijn ingewilligd, uitgesplitst naar de in artikel 6, lid 2, onder a), respectievelijk b), van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde regelingen en met vermelding van, in voorkomend geval, de toekenning van het extensiveringsbedrag (uitgesplitst volgens de in artikel 13, lid 2, van die verordening vastgestelde grenzen) en, voor elk van deze regelingen, het aantal betrokken producenten;
c) het aantal melkkoeien waarvoor aanvragen voor een extensiveringsbedrag zijn ingewilligd;
d) het aantal dieren waarvoor de premie voor het voorafgaande kalenderjaar niet is toegekend als gevolg van de toepassing van het specifieke nationale maximum voor vaarzen;
e) in voorkomend geval, de toekenning van de aanvullende nationale premie bovenop de zoogkoeienpremie, met vermelding van:
- de toekenningsvoorwaarden,
en
- het toegekende bedrag per dier;
f) het aantal dieren waarvoor premieaanvragen waarvoor het veebezettingsgetal niet van toepassing is, zijn ingewilligd, en het aantal betrokken producenten;
g) het aantal dieren waarvoor aanvragen voor een slachtpremie zijn ingewilligd, onderverdeeld naar categorie (volwassen rund of kalf), en met de vermelding of de premie is toegekend bij de slachting of bij de uitvoer en, voor elk van deze onderverdelingen, het aantal betrokken producenten.
3. Uiterlijk op 31 juli van elk kalenderjaar vanaf het jaar 2001 delen de lidstaten de Commissie het aantal dieren mee, onderverdeeld naar categorie, waarvoor de slachtpremie voor het vorige kalenderjaar niet is toegekend als gevolg van de toepassing van de nationale maxima.
4. De lidstaten delen de in dit artikel vermelde gegevens mee met gebruikmaking van de tabellen in bijlage IV.