Art. 44 Verordening (EG) nr. 2038/1999

Verordening (EG) nr. 2038/1999

1. In de in artikel 43, lid 1, genoemde periode wordt met het oog op een adequate voorziening van de in artikel 9, lid 4, bedoelde raffinaderijen in de Gemeenschap een verlaagd invoerrecht, hierna "bijzonder recht" genoemd, toegepast voor ruwe rietsuiker van oorspong uit de in artikel 40 bedoelde landen en uit andere landen uit hoofde van met die landen gesloten overeenkomsten, hierna "bijzondere preferentiële suiker" genoemd, met inachtneming van de daarin vastgestelde voorwaarden, met name ten aanzien van de door de raffinaderijen te betalen minimumaankoopprijs.

2. Voor de toepassing van lid 1, en onverminderd lid 5, wordt de veronderstelde maximale behoefte van de raffinaderijen per verkoopseizoen, uitgedrukt in witte suiker, geraamd op:

a) in Finland: 60000 ton;

b) in Europees Frankrijk: 297000 ton;

c) in continentaal Portugal: 292000 ton;

d) in het Verenigd Koninkrijk: 1130000 ton.

3. Onverminderd lid 5, wordt aan de hand van een op ramingen berustende communautaire voorzieningsbalans voor ruwe suiker voor elk verkoopseizoen of een gedeelte daarvan, bepaald welke hoeveelheden ruwe suiker uit in de Gemeenschap geoogste suikerriet en suikerbieten, al dan niet uitgesplitst naar oorsprong, beschikbaar zijn voor de raffinaderijen. Deze balans kan in de loop van het verkoopseizoen worden herzien.

Voor deze bepaling zijn de voor elke balans in aanmerking te nemen voor rechtstreekse consumptie bestemde hoeveelheden suiker uit de Franse overzeese departementen en preferentiële suiker gelijk aan die welke voor het verkoopseizoen 1994/1995 geconstateerd zijn, na aftrek van het voor het betrokken verkoopseizoen verwachte plaatselijke verbruik in die departementen. Indien uit de balans blijkt dat de beschikbare hoeveelheden niet toereikend zijn om in de in lid 2 aangegeven maximale behoefte te voorzien, worden de nodige maatregelen vastgesteld om het mogelijk te maken dat de ontbrekende hoeveelheden als bijzondere preferentiële suiker in de betrokken lidstaten worden ingevoerd in het kader van de regeling voor de invoer met bijzonder recht waarin de in lid 1 bedoelde overeenkomsten voorzien.

4. Behalve in geval van overmacht, moet bij overschrijding van de in lid 2 vastgestelde of volgens lid 5 herziene geraamde maximale behoeften van een lidstaat, voor de hoeveelheid waarmee deze behoeften zijn overschreden, een bedrag worden betaald dat overeenkomt met het volledige recht voor het betrokken verkoopseizoen, vermeerderd met de in artikel 43 bedoelde steun en eventueel verhoogd met het hoogste aanvullende recht dat tijdens het betrokken verkoopseizoen is genoteerd.

Voor preferentiële ruwe suiker kunnen echter bij herziening volgens lid 5, de hoeveelheden waarmee de herziene geraamde maximale behoeften zijn overschreden, binnen de grens van de in lid 2 vastgestelde hoeveelheden en overeenkomstig de voorwaarden in artikel 41, worden verkocht aan de interventiebureaus indien die hoeveelheden niet in de Gemeenschap kunnen worden afgezet.

5. Bij toepassing van artikel 26, lid 5, wordt voor het betreffende verkoopseizoen het totaal van de in lid 2 van dit artikel bedoelde geraamde maximale behoeften verminderd met een hoeveelheid gelijk aan de som van de bijzondere preferentiële suiker die nodig is om te voorzien in de overeenkomstig lid 3 van dit artikel vastgestelde geraamde maximale behoeften verminderd met hetzelfde percentage als dat waarmee de som van de basishoeveelheden A voor suiker van de Gemeenschap op grond van dat lid 5 wordt verminderd.

De vermindering van de maximale behoeften wordt over de betrokken lidstaten verdeeld naar gelang van het voor elke lidstaat in lid 2 vastgestelde aandeel in het totaal van de in dat lid vastgestelde hoeveelheden.

6. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, en met name die inzake de uitvoering en het beheer van de in lid 1 bedoelde overeenkomsten, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 48.