Art. 19 Verordening (EG) nr. 1493/1999

Verordening (EG) nr. 1493/1999

1. De lidstaten stellen een indeling van de voor wijnbereiding bestemde wijnstokrassen op. De in de indeling opgenomen rassen moeten tot de soort Vitis vinifera behoren of uit een kruising van deze soort met andere soorten van het geslacht Vitis zijn verkregen. De volgende rassen mogen niet in de indeling worden opgenomen:

- Noah,

- Othello,

- Isabelle,

- Jacquez,

- Clinton,

- Herbémont.

2. In hun indeling geven de lidstaten de wijnstokrassen aan die voor de bereiding van elke van de op hun grondgebied geproduceerde v.q.p.r.d. geschikt zijn. Deze rassen moeten tot de soort Vitis vinifera behoren.

3. Alleen wijnstokrassen die in de indeling zijn opgenomen mogen in de Gemeenschap worden aangeplant, heraangeplant of geënt met het oog op de wijnbereiding. Deze beperking is niet van toepassing op wijnstokken die voor onderzoek en wetenschappelijke proeven worden gebruikt.

4. Oppervlakten die zijn beplant met voor wijnbereiding bestemde wijnstokrassen welke niet in de indeling zijn opgenomen, moeten worden gerooid, tenzij de productie uitsluitend voor consumptie door het gezin van de wijnbouwer is bestemd. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om toe te zien op de naleving van deze uitzondering.

5. Wanneer rassen uit de indeling worden geschrapt, moeten de wijnstokken van de betrokken rassen binnen vijftien jaar na die schrapping worden gerooid.

Vorige artikelen

Volgende artikelen