Art. 52 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Overgangsbepalingen
Verordening (EG) nr. 1260/1999
1. Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting noch aan de wijziging, met inbegrip van de gedeeltelijke of volledige intrekking, van bijstandspakketten die de Raad of de Commissie hebben goedgekeurd op grond van Verordening (EEG) nr. 2052/88 en Verordening (EEG) nr. 4253/88 of van enige andere wetgeving die op 31 december 1999 op de betrokken bijstandspakketten van toepassing is.
2. Aanvragen voor een bijdrage van de fondsen voor bijstandspakketten die worden ingediend uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 2052/88 en van Verordening (EEG) nr. 4253/88 worden door de Commissie uiterlijk op 31 december 1999 op grond van die verordeningen onderzocht en goedgekeurd.
3. Bij de opstelling van de communautaire bestekken en de bijstandspakketten houdt de Commissie rekening met elke, door de Raad of door de Commissie vóór het van kracht worden van deze verordening goedgekeurde actie die een financiële weerslag heeft in de loop van de door de bestekken en bijstandspakketten bestreken periode. Het bepaalde in artikel 30, lid 2, is op de betrokken acties niet van toepassing.
4. In afwijking van de datum in artikel 30, lid 2, kunnen daadwerkelijk betaalde uitgaven waarvoor de Commissie tussen 1 januari en 30 april 2000 een aanvraag voor een bijstandspakket heeft ontvangen die aan alle in deze verordening gestelde voorwaarden voldoet, met ingang van 1 januari 2000 voor een bijdrage van de fondsen in aanmerking worden genomen.
5. De delen van de bedragen die zijn vastgelegd voor verrichtingen of programma's die door de Commissie vóór 1 januari 1994 zijn goedgekeurd en waarvoor uiterlijk op 31 maart 2001 geen aanvraag voor een eindbetaling bij de Commissie is ingediend, worden door de Commissie uiterlijk op 30 september 2001 ambtshalve geannuleerd en geven aanleiding tot terugbetaling van de onverschuldigd betaalde bedragen, onverminderd de behandeling van de verrichtingen of programma's waarvoor in verband met een gerechtelijke procedure een schorsing geldt.
De delen van de bedragen die zijn vastgelegd voor programma's die door de Commissie tussen 1 januari 1994 en 31 december 1999 zijn goedgekeurd en waarvoor uiterlijk op 31 maart 2003 geen aanvraag voor de eindbetaling bij de Commissie is ingediend, worden door de Commissie uiterlijk op 30 september 2003 ambtshalve geannuleerd en geven aanleiding tot terugbetaling van de onverschuldigd betaalde bedragen, onverminderd de behandeling van de verrichtingen of programma's waarvoor in verband met een gerechtelijke procedure een schorsing geldt.