Art. 5 Richtlijn 1999/37/EG

Richtlijn 1999/37/EG

1. Met het oog op de identificatie van een voertuig in het wegverkeer kunnen de lidstaten verlangen dat de bestuurder deel I van het kentekenbewijs bij zich heeft.

2. Voor de nieuwe inschrijving van een voorheen in een andere lidstaat ingeschreven voertuig verlangen de bevoegde autoriteiten in alle gevallen overlegging van deel I van het oude kentekenbewijs en voorts overlegging van deel II indien dat is afgegeven. Deze autoriteiten nemen het oude kentekenbewijs in en bewaren dit deel (deze delen) gedurende ten minste zes maanden. Zij stellen de autoriteiten van de lidstaat die het ingenomen kentekenbewijs hebben afgegeven binnen twee maanden daarvan op de hoogte. Zij sturen het ingenomen kentekenbewijs aan de genoemde autoriteiten terug indien deze daar binnen zes maanden na de inneming om verzoeken.

Wanneer het kentekenbewijs uit een deel I en een deel II bestaat en deel II ontbreekt, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar een nieuwe inschrijving is aangevraagd in uitzonderlijke gevallen besluiten het voertuig opnieuw in te schrijven, op voorwaarde evenwel dat zij van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het voertuig voordien was ingeschreven langs schriftelijke of elektronische weg de bevestiging hebben gekregen dat de aanvrager het recht heeft het voertuig in een andere lidstaat opnieuw in te schrijven.

Uitspraken die dit artikel aanhalen