Art. 2
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) "diervoeders": producten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd en de afgeleide producten van hun industriële verwerking, alsmede organische of anorganische stoffen, al dan niet gemengd, met of zonder toevoegingsmiddelen en bestemd voor dierlijke voeding langs orale weg;
b) "voedermiddelen": de verschillende producten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, de afgeleide producten van de industriële verwerking ervan, alsmede organische of anorganische stoffen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd om te worden gebruikt voor vervoedering, hetzij als zodanig, hetzij na verwerking, voor de bereiding van mengvoeders of als dragers bij voormengsels;
c) "volledige diervoeders": mengsels van diervoeders die door hun samenstelling op zichzelf een totaal dagrantsoen vormen;
d) "aanvullende diervoeders": mengsels van diervoeders, die een hoog gehalte aan bepaalde stoffen bevatten en ingevolge hun samenstelling slechts samen met andere diervoeders een totaal dagrantsoen vormen;
e) "mengvoeders": mengsels van voedermiddelen, al dan niet met additieven, bestemd voor vervoedering in de vorm van volledige diervoeders of aanvullende diervoeders;
f) "dagrantsoen": de totale hoeveelheid diervoeders, omgerekend op een vochtgehalte van 12 %, welke een dier van een bepaalde soort, leeftijdsklasse en prestatievermogen gemiddeld dagelijks nodig heeft om in zijn algehele behoefte te voorzien;
g) "dieren": dieren behorend tot de soorten die gewoonlijk door de mens worden gevoederd en gehouden of gegeten, alsmede in de vrije natuur levende dieren voorzover hun voeding uit diervoeders bestaat;
h) "huisdieren": dieren behorend tot de soorten die in de regel door de mens worden gevoederd en gehouden, maar niet gegeten, met uitzondering van dieren die dienen voor de productie van pelzen.