Art. 46 Verordening (EG) nr. 850/98
1. De lidstaten kunnen maatregelen vaststellen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden:
a) wanneer het gaat om strikt lokale visbestanden die slechts voor de vissers van de betrokken lidstaat van belang zijn; of
b) in de vorm van voorwaarden of voorschriften ter beperking van de vangsten via technische maatregelen:
i) die een aanvulling vormen op de communautaire visserijwetgeving, of
ii) die verder gaan dan de minimumeisen die in de genoemde wetgeving zijn vastgesteld,
één en ander op voorwaarde dat die maatregelen uitsluitend van toepassing zijn op de vissers uit de betrokken lidstaat, verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht en in overeenstemming zijn met het gemeenschappelijk visserijbeleid.
2. De Commissie wordt van ieder voornemen tot invoering of wijziging van nationale technische maatregelen tijdig genoeg in kennis gesteld om haar opmerkingen te kunnen maken.
Op een daartoe strekkend en binnen een maand na deze kennisgeving in te dienen verzoek van de Commissie wordt de inwerkingtreding van de voorgenomen maatregelen door de betrokken lidstaat opgeschort tot drie maanden na de datum van kennisgeving, teneinde de Commissie in staat te stellen te bepalen of deze maatregelen in overeenstemming zijn met lid 1.
Wanneer de Commissie, in een besluit dat zij aan alle lidstaten meedeelt, constateert dat een voorgenomen maatregel niet in overeenstemming is met lid 1, kan de betrokken lidstaat die maatregel alleen in werking doen treden als hierin de nodige wijzigingen zijn aangebracht.
De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie onverwijld in kennis van de vastgestelde maatregelen, in voorkomend geval nadat de nodige wijzigingen zijn aangebracht.
3. De lidstaten verstrekken de Commissie op haar verzoek alle gegevens die nodig zijn om te beoordelen of hun nationale technische maatregelen in overeenstemming zijn met lid 1.
4. Op initiatief van de Commissie of op verzoek van een lidstaat kan over de vraag of een door een lidstaat toegepaste nationale technische maatregel in overeenstemming is met lid 1, volgens de in artikel 48 bedoelde procedure een besluit worden genomen. In geval van een dergelijk besluit is het bepaalde in lid 2, derde en vierde alinea, van overeenkomstige toepassing.
5. De maatregelen met betrekking tot de strandvisserij worden door de betrokken lidstaat louter ter informatie aan de Commissie meegedeeld.