Art. 4 Richtlijn 98/37/EG
1. De lidstaten mogen het op hun grondgebied in de handel brengen en in bedrijf stellen van machines en veiligheidscomponenten die voldoen aan de bepalingen van deze richtlijn, niet verbieden, beperken of verhinderen.
2. De lidstaten mogen het in de handel brengen van machines die volgens de in bijlage II, deel B, bedoelde verklaring van de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde ertoe bestemd zijn te worden ingebouwd in een machine of met andere machines te worden samengebouwd tot één machine waarop deze richtlijn van toepassing is, niet verbieden, beperken of belemmeren, behalve indien genoemde machines zelfstandig kunnen werken.
Verwisselbare uitrustingsstukken bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), derde streepje, moeten in alle gevallen voorzien zijn van de CE-markering en vergezeld gaan van de in bijlage II, deel A, bedoelde EG-verklaring van overeenstemming.
3. De lidstaten mogen het in de handel brengen van veiligheidscomponenten als omschreven in artikel 1, lid 2, niet verbieden, beperken of belemmeren indien deze vergezeld gaan van de in bijlage II, deel C, bedoelde EG-verklaring van overeenstemming van de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde.