Art. 4 Richtlijn 98/27/EG, Intracommunautaire inbreuken
1. ledere lidstaat treft maatregelen die nodig zijn om te bereiken dat bij een inbreuk die haar oorsprong vindt in deze lidstaat, elke bevoegde instantie uit een andere lidstaat waar de door die bevoegde instantie beschermde belangen door de inbreuk worden geschaad, zich onder overlegging van de in lid 3 bedoelde lijst tot de in artikel 2 bedoelde rechterlijke of administratieve instantie kan wenden. De rechterlijke of administratieve instanties aanvaarden deze lijst als bewijs van ontvankelijkheid van de bevoegde instantie, onverminderd hun recht om na te gaan of de doelstelling van de bevoegde instantie het ondernemen van een actie in een specifiek geval rechtvaardigt.
2. Met het oog op intracommunautaire inbreuken delen de lidstaten, onverminderd de rechten die door de nationale wetgeving aan andere instanties zijn toegekend, op verzoek van hun bevoegde instanties die voldoen aan de eisen van artikel 3, aan de Commissie mee dat deze instanties bevoegd zijn tot het instellen van een actie overeenkomstig artikel 2. De lidstaten delen de Commissie de naam en de doelstelling van deze bevoegde instanties mee.
3. De Commissie stelt een lijst op van de in lid 2 bedoelde bevoegde instanties, met vermelding van hun doelstelling. Deze lijst wordt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt; elke in deze lijst aangebrachte wijziging wordt onverwijld bekendgemaakt; om de zes maanden wordt een bijgewerkte versie van de lijst bekendgemaakt.