Art. 2 Verordening (EG) nr. 515/97
1. In deze verordening wordt verstaan onder:
- "douanevoorschriften": alle bepalingen van communautaire aard en alle bepalingen voor de toepassing van de communautaire voorschriften die betrekking hebben op de invoer, de uitvoer, de doorvoer en het verblijf van goederen waarin wordt gehandeld tussen de lidstaten en derde landen alsmede tussen de lidstaten onderling voor wat betreft goederen die niet de status van communautaire goederen in de zin van artikel 9, lid 2, van het Verdrag bezitten of die ter verkrijging van deze status aanvullende controles en onderzoeken dienen te ondergaan;
- "landbouwvoorschriften": alle bepalingen die zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en alle specifieke voorschriften die ten aanzien van door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen zijn vastgesteld;
- "verzoekende autoriteit": de bevoegde autoriteit van een lidstaat die een verzoek om bijstand indient;
- "aangezochte autoriteit": de bevoegde autoriteit van een lidstaat waaraan een verzoek om bijstand wordt gericht;
- "administratief onderzoek": alle controles, verificaties en handelingen die door ambtenaren van de in artikel 1, lid 1, bedoelde administratieve autoriteiten bij de uitvoering van hun functie worden verricht met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften en, in voorkomend geval, de vaststelling van het onregelmatige karakter van verrichtingen die in strijd lijken te zijn met deze voorschriften, met uitzondering van handelingen die op verzoek of onder rechtstreeks gezag van een rechterlijke instantie worden verricht; de term "administratief onderzoek" omvat ook de in artikel 20 bedoelde communautaire missies;
- "persoonsgegevens": alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; als identificeerbaar wordt beschouwd een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden geïdentificeerd, met name via een identificatienummer of een of meer specifieke gegevens in verband met zijn fysieke, fysiologische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit.
2. Elke lidstaat deelt aan de andere lidstaten en aan de Commissie de lijst mee van de bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen om zich voor de toepassing van deze verordening met elkaar en verbinding te stellen.
In deze verordening heeft de uitdrukking "bevoegde autoriteiten" betrekking op de autoriteiten die overeenkomstig de eerste alinea zijn aangewezen.