Art. 2 Richtlijn 97/33/EG, Definities
1. In deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) "interconnectie": het fysiek en logisch verbinden van telecommunicatienetwerken die door dezelfde of een andere organisatie worden gebruikt om het de gebruikers van een organisatie mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere organisatie of toegang te hebben tot diensten die door een andere organisatie worden verstrekt. Diensten kunnen worden verstrekt door de betrokken partijen of andere partijen die toegang hebben tot het netwerk;
b) "openbaar telecommunicatienetwerk": een telecommunicatienetwerk dat geheel of ten dele voor het verstrekken van algemeen beschikbare telecommunicatiediensten wordt gebruikt;
c) "telecommunicatienetwerk": de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakelapparatuur en andere middelen die het mogelijk maken signalen tussen welbepaalde aansluitpunten over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen;
d) "telecommunicatiedienst": een dienstverstrekking welke geheel of gedeeltelijk bestaat in de transmissie en routering van signalen over telecommunicatienetwerken, met uitzondering van radio- en televisieomroep;
e) "gebruikers": personen, met inbegrip van consumenten, of organisaties die algemeen beschikbare telecommunicatiediensten gebruiken of aanvragen;
f) "bijzondere rechten": rechten die een lidstaat aan een beperkt aantal ondernemingen verleent door middel van een wettelijk of bestuursrechtelijk instrument, waarbij binnen een bepaald geografisch gebied het aantal ondernemingen dat gerechtigd is om een dienst te verstrekken of een activiteit uit te oefenen, anders dan op grond van objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria tot twee of meer wordt beperkt, of anders dan op grond van zulke criteria verscheidene met elkaar concurrerende ondernemingen worden aangewezen die gerechtigd zijn een dienst te verstrekken of een activiteit uit te oefenen, of anders dan op grond van zulke criteria een of meer ondernemingen wettelijk of bestuursrechtelijk worden bevoordeeld, waardoor de mogelijkheden van andere ondernemingen om in hetzelfde geografische gebied onder in wezen gelijkwaardige omstandigheden dezelfde dienst te verstrekken of dezelfde activiteiten uit te oefenen, fundamenteel worden beïnvloed;
g) "universele dienst": een welbepaald minimumpakket van diensten van een bepaalde kwaliteit, dat voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie, beschikbaar is voor een in het licht van de specifieke nationale omstandigheden betaalbare prijs.
2. De definities in Richtlijn 90/387/EEG gelden voorzover van toepassing voor de onderhavige richtlijn.