Art. 9 Richtlijn 97/13/EG, Procedures voor verlening van individuele vergunningen
1. Indien een lidstaat individuele vergunningen verleent, draagt hij er zorg voor dat de informatie betreffende de procedures voor individuele vergunningen op geëigende wijze is bekendgemaakt zodat die informatie gemakkelijk toegankelijk is.
In het staatsblad van de desbetreffende lidstaat en in Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen dient naar deze bekendmaking te worden verwezen.
2. Indien een lidstaat voornemens is individuele vergunningen te verlenen:
- geschiedt dit door middel van open, niet-discriminerende en transpararante procedures en door daartoe alle aanvragers aan dezelfde procedures te onderwerpen, tenzij er een objectieve reden voor het maken van onderscheid is,
en
- stelt hij redelijke termijnen vast; de lidstaat dient, onder andere, zo spoedig mogelijk doch niet later dan zes weken nadat hij de aanvraag heeft ontvangen, aan de aanvrager een besluit over de aanvraag mede te delen. In de bepalingen die voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn worden aangenomen, mogen de lidstaten deze termijn tot vier maanden verlengen in objectief gerechtvaardigde gevallen die specifiek in die bepalingen worden omschreven. Met name in het geval van een procedure van openbare aanbesteding mogen de lidstaten deze termijn met maximaal vier maanden vij-3. Onverminderd artikel 10, lid 1, heeft iedere onderneming die aan de voorwaarden voldoet die door lidstaten zijn bepaald en bekendgemaakt overeenkomstig de relevante bepalingen van deze richtlijn, het recht om een individuele vergunning te ontvangen. Indien een onderneming die een individuele vergunning aanvraagt echter niet de informatie verstrekt die redelijkerwijs nodig is om aan te tonen dat zij voldoet aan de overeenkomstig de relevante bepalingen van deze richtlijn voorgeschreven voorwaarden, mag de nationale regelgevende instantie weigeren de individuele vergunning af te geven.
4. Wanneer de houder van een individuele vergunning niet voldoet aan een voorwaarde die in de vergunning is genoemd overeenkomstig de relevante bepalingen van deze richtlijn, kan de nationale regelgevende instantie de individuele vergunning intrekken, wijzigen of opschorten, dan wel proportionele specifieke maatregelen ter waarborging van de naleving opleggen. De nationale regelgevende instantie dient de desbetreffende onderneming op redelijke wijze in de gelegenheid te stellen om haar oordeel over de toepassing van de voorwaarden te geven en behalve bij herhaald in gebreke blijven van deze onderneming, in welk geval de nationale regelgevende instantie onmiddellijk de nodige maatregelen kan treffen om eventuele tekortkomingen te herstellen binnen een maand te rekenen vanaf het optreden van de nationale regelgevende instantie. Indien de desbetreffende onderneming de tekortkomingen herstelt, dient de nationale regelgevende instantie binnen twee maanden na haar eerste optreden haar besluit naar gelang van het geval in te trekken of te wijzigen en de redenen voor haar besluit te vermelden. Indien de desbetreffende onderneming de tekortkomingen niet herstelt, dient de nationale regelgevende instantie binnen twee maanden na haar eerste optreden haar besluit te bevestigen en de redenen voor dat besluit te vermelden. Het besluit wordt binnen één week nadat het is vastgesteld, aan de onderneming medegedeeld. De lidstaten voorzien in een procedure om bij een instantie die onafhankelijk is van de nationale regelgevende instantie, tegen dat besluit beroep aan te tekenen.
5. In geval van schadelijke interferentie tussen een telecommunicatienetwerk dat gebruik maakt van bepaalde radiofrequenties en andere technische systemen, kan de nationale regelgevende instantie onmiddellijk optreden om dat probleem te verhelpen. In zo'n geval wordt de desbetreffende onderneming vervolgens op redelijke wijze in de gelegenheid gesteld om haar oordeel kenbaar te maken en middelen voor te stellen om de schadelijke interferentie te verhelpen.
6. Lidstaten die weigeren een individuele vergunning te verlenen of die een individuele vergunning intrekken, wijzigen of opschorten, delen de desbetreffende onderneming de redenen daarvoor mede. De lidstaten voorzien in een geëigende procedure om bij een instantie die onafhankelijk is van de nationale regelgevende instantie, tegen dergelijke weigeringen, intrekkingen, wijzigingen of opschortingen beroep aan te tekenen.