Art. 18 Richtlijn 97/13/EG, Derde landen
1. De lidstaten mogen de Commissie inlichten over moeilijkheden van algemene aard die organisaties uit de Gemeenschap de jure of de facto bij het verkrijgen van machtigingen en het werken met machtigingen in derde landen hebben ondervonden en die onder hun aandacht zijn gebracht.
2. Wanneer de Commissie van dergelijke moeilijkheden in kennis wordt gesteld, kan zij zo nodig aan de Raad voorstellen voor een passend mandaat doen met het oog op onderhandelingen over vergelijkbare rechten voor organisaties uit de Gemeenschap in die derde landen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
3. Overeenkomstig lid 2 getroffen maatregelen laten de krachtens de toepasselijke internationale overeenkomsten op de Gemeenschap en de lidstaten rustende verplichtingen onverlet.