Art. 11 Richtlijn 97/7/EG, Rechterlijk en administratief beroep

Richtlijn 97/7/EG

1. De lidstaten zorgen ervoor dat passende en doeltreffende middelen beschikbaar zijn om de bepalingen van deze richtlijn in het belang van de consumenten te doen naleven.

2. De in lid 1 bedoelde middelen omvatten bepalingen volgens welke een of meer van onderstaande, naar nationaal recht bepaalde instanties, zich overeenkomstig het nationale recht tot de bevoegde rechterlijke of administratieve instanties kunnen wenden om de nationale bepalingen ter uitvoering van deze richtlijn te doen toepassen:

a) overheidsinstanties of hun vertegenwoordigers,

b) consumentenorganisaties die krachtens de nationale wetgeving een legitiem belang hebben bij de bescherming van de consument,

c) beroepsorganisaties die een legitiem belang hebben bij een optreden in rechte.

3. a) De lidstaten kunnen voorzien in de mogelijkheid dat de bewijslast met betrekking tot het bestaan van voorafgaande informatie, een schriftelijke bevestiging of met betrekking tot de naleving van de termijnen en de instemming van de consument, op de leverancier kan rusten.

b) De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de leveranciers en de communicatietechniekexploitanten, indien zij daartoe in staat zijn, een einde maken aan praktijken die niet stroken met de ter toepassing van deze richtlijn vastgestelde bepalingen.

4. De lidstaten kunnen bepalen dat het aan onafhankelijke instanties toevertrouwde vrijwillige toezicht op de naleving van de bepalingen van deze richtlijn en het beroep op dergelijke instanties voor de oplossing van geschillen worden toegevoegd aan de middelen waarin de lidstaten dienen te voorzien om de bepalingen van deze richtlijn te doen naleven.