Art. 6 Verordening (EG) nr. 2271/96

Verordening (EG) nr. 2271/96

Elke in artikel 11 bedoelde persoon die een van de in artikel 1 bedoelde activiteiten uitoefent, heeft recht op verhaal van de schade, met inbegrip van de proceskosten, die hij heeft geleden ingevolge de toepassing van de in de bijlage opgenomen wetten of de daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen.

De schade kan worden verhaald op de natuurlijke of rechtspersoon of enig ander lichaam dat de schade heeft veroorzaakt dan wel op iedere andere persoon die in diens naam of als tussenpersoon optreedt.

Het Verdrag van Brussel van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken is van toepassing op de krachtens dit artikel ingestelde vorderingen en gedane uitspraken. Schade kan worden verhaald op grond van de bepalingen van de afdelingen 2 tot en met 6 van titel II van dat Verdrag, alsmede overeenkomstig artikel 57, lid 3, van dat Verdrag, door instelling van een rechtsvordering voor een rechter in een Lid-Staat waar die persoon of dat lichaam of een persoon die in diens naam of als tussenpersoon optreedt, activa bezit.

Onverminderd andere beschikbare middelen en overeenkomstig het toepasselijke recht kan het verhaal de vorm aannemen van beslag op en verkoop van activa die deze personen, lichamen of namens hen of als tussenpersoon optredende personen binnen de Gemeenschap bezitten, met inbegrip van aandelen in een in de Gemeenschap opgerichte rechtspersoon.

Vorige artikelen

Volgende artikelen