Art. 52 Verordening (EG) nr. 2200/96
1. De uitgaven in verband met de betaling van de communautaire ophoudvergoeding en de financiering van het actiefonds door de Gemeenschap, de in de artikelen 17, 53, 54 en 55 bedoelde specifieke maatregelen en de controles door de deskundigen van de Lid-Staten die ter toepassing van artikel 40, lid 1, bij de Commissie zijn gedetacheerd, worden beschouwd als interventies ter regulering van de landbouwmarkten in de zin van artikel 1, lid 2, onder b), van Verordening (EEG) nr. 729/70.
2. De door de Lid-Staten overeenkomstig artikel 14 en artikel 15, lid 6, tweede alinea, toegekende steun wordt beschouwd als een gemeenschappelijke actie in de zin van artikel 2, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 4256/88 (18). De steun valt onder de jaarlijkse uitgavenramingen als bedoeld in artikel 31, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2328/91 (19).
Artikel 1, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2328/91 is van toepassing op de in dit lid bedoelde steun.
De bijstand wordt betaald overeenkomstig het bepaalde in artikel 21 van Verordening (EEG) nr. 4253/88 (20). Voor de betaling van het saldo of van de vergoeding dient echter niet alleen aan de in lid 4 van voornoemd artikel bedoelde voorwaarden te worden voldaan, maar moeten vóór 1 juli van het volgende jaar ook de volgende stukken aan de Commissie worden overgelegd:
a) een aangifte van de door de Lid-Staten in het kalenderjaar gedane uitgaven
en
b) een overeenkomstig artikel 25, lid 4, van genoemde verordening opgesteld verslag over de tenuitvoerlegging van de maatregelen in het betrokken kalenderjaar.
3. De Commissie stelt de bepalingen ter uitvoering van lid 2 van dit artikel vast in overleg met het in artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 4253/88 bedoelde comité.
4. Het bepaalde in titel VI geldt onverminderd de tenuitvoerlegging van Verordening (EEG) nr. 4045/89 (21).