Art. 3 Richtlijn 96/96/EG

Richtlijn 96/96/EG

1. De Lid-Staten nemen de maatregelen die zij nodig achten voor het leveren van het bewijs dat het voertuig met goed gevolg een technische controle heeft ondergaan die minstens voldoet aan de bepalingen van deze richtlijn.

Deze maatregelen worden aan de overige Lid-Staten en de Commissie meegedeeld.

2. Iedere Lid-Staat erkent het in een andere Lid-Staat afgegeven bewijs dat een motorvoertuig dat op het grondgebied van deze laatste Lid-Staat is ingeschreven, alsmede de aanhangwagen of oplegger daarvan met goed gevolg een technische controle hebben ondergaan die minstens voldoet aan de bepalingen van deze richtlijn, alsof hij dit bewijs zelf had afgegeven.

3. De Lid-Staten maken gebruik van passende procedures om, voor zover dit uitvoerbaar is, ervoor te zorgen dat de remkracht van de op hun grondgebied ingeschreven voertuigen voldoet aan de in deze richtlijn vastgestelde eisen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen