Art. 4
Gedurende de in artikel 3 bedoelde overgangsperiode zijn de bevrachtingssystemen volgens toerbeurt niet van toepassing op:
a) vervoer van koolwaterstoffen, bulkvervoer van vloeibare en poedervormige goederen, uitzonderlijk vervoer van zware en ondeelbare voorwerpen, containervervoer, goederenvervoer binnen de haven, vervoer voor eigen rekening alsmede elk type van vervoer dat reeds buiten het bevrachtingssysteem volgens toerbeurt om wordt afgehandeld;
b) vervoer waarvan een doelmatige afhandeling door middel van deze systemen niet mogelijk is, met name:
- vervoer waarbij van met goederenbehandelingswerktuigen uitgerust materieel gebruik moet worden gemaakt;
- gecombineerd vervoer, dit wil zeggen intermodaal vervoer waarvan het traject hoofdzakelijk over waterwegen gaat en het - zo kort mogelijke - eerste en/of laatste stuk daarvan over de weg of per spoor.