Art. 71 Verordening (EG) nr. 1239/95, Verlenging van de termijnen
1. Wanneer een termijn afloopt op een dag waarop het Bureau niet voor het in ontvangst nemen van stukken is geopend, of op een dag waarop om andere dan de in lid 2 genoemde redenen in de plaats waar het Bureau gevestigd is geen normale postbestelling plaatsvindt, wordt deze termijn verlengd tot de eerstvolgende dag waarop het Bureau voor het in ontvangst nemen van stukken is geopend en de normale postbestelling plaatsvindt. De in de eerste zin bedoelde dagen worden vóór het begin van elk kalenderjaar door de voorzitter van het Bureau vastgesteld en bekendgemaakt.
2. Wanneer een termijn afloopt op een dag waarop de postbestelling in een Lid-Staat of het postverkeer tussen een Lid-Staat en de plaats waar het Bureau gevestigd is algemeen onderbroken of ten gevolge van een onderbreking verstoord is, wordt ten aanzien van de partijen in de procedure die hun woonplaats, hun plaats van vestiging of een vaste inrichting in die Lid-Staat hebben of die vertegenwoordigers voor de procedure hebben aangewezen welke hun kantoor in die Lid-Staat hebben, deze termijn verlengd tot de eerstvolgende dag na het einde van de periode van onderbreking of verstoring. Wanneer de betrokken Lid-Staat de Lid-Staat is waar het Bureau is gevestigd, is deze bepaling op alle partijen in de procedure van toepassing. De duur van de periode van onderbreking of verstoring wordt door de voorzitter van het Bureau vastgesteld en bekendmaakt.
3. Het bepaalde in de leden 1 en 2 is van overeenkomstige toepassing op de nationale organen en de diensten, bedoeld in artikel 30, lid 4, van de basisverordening, en op de onderzoeksbureaus.