Art. 64 Verordening (EG) nr. 1239/95, Algemene bepalingen betreffende de betekening
1. De betekening van stukken aan een partij in een procedure voor het Bureau geschiedt in het geval van het certificaat aan de hand van het origineel en voor het overige aan de hand van door het Bureau voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van de originelen. Afschriften van door andere partijen in de procedure ingediende stukken behoeven niet voor eensluidend te worden gewaarmerkt.
2. Wanneer een of meer partijen in de procedure een vertegenwoordiger voor de procedure hebben aangewezen, geschiedt de betekening overeenkomstig lid 1 aan deze laatste.
3. De betekening geschiedt:
a) per post overeenkomstig artikel 65;
b) door terhandstelling overeenkomstig artikel 66;
c) door middel van een bericht in het Publikatieblad overeenkomstig artikel 67.