Art. 50 Verordening (EG) nr. 1239/95, Mondelinge behandeling
1. Nadat de zaak aan de Kamer van Beroep is voorgelegd, roept de voorzitter van de Kamer van Beroep de partijen in de beroepsprocedure onverwijld voor de in artikel 77 van de basisverordening bedoelde mondelinge behandeling op en wijst hij hen op het bepaalde in artikel 59, lid 2.
2. De mondelinge behandeling en de bewijsvoering vinden in beginsel te zamen tijdens één zitting plaats.
3. Een verzoek om een nadere zitting is niet-ontvankelijk, tenzij het op omstandigheden berust waarin zich sindsdien een wijziging heeft voorgedaan.