Art. 15 Verordening (EG) nr. 1239/95, Uitvoering van de aanwijzing
1. Ter uitvoering van de aanwijzing van een onderzoeksbureau wordt tussen het Bureau en het onderzoeksbureau een schriftelijke overeenkomst gesloten waarin wordt bepaald dat het onderzoeksbureau het technische onderzoek van planterassen zal uitvoeren en dat het Bureau hiervoor een vergoeding zal betalen zoals bedoeld in artikel 58 van de basisverordening. In het geval van een eigen dienst als bedoeld in artikel 14, lid 2, worden ter uitvoering van de aanwijzing interne regels inzake werkmethoden door het Bureau vastgesteld.
2. De sluiting van de schriftelijke overeenkomst heeft tot gevolg dat de door de personeelsleden van het onderzoeksbureau ingevolge deze overeenkomst verrichte of te verrichten handelingen ten aanzien van derden als handelingen van het Bureau worden beschouwd.
3. Wanneer het onderzoeksbureau voornemens is overeenkomstig artikel 56, lid 3, van de basisverordening een beroep op andere gespecialiseerde instellingen te doen, moeten deze instellingen reeds in de schriftelijke overeenkomst met het Bureau worden vermeld. Het bepaalde in artikel 81, lid 2, van de basisverordening en artikel 13, leden 2 en 3, is van overeenkomstige toepassing op de betrokken personeelsleden, die schriftelijk de verbintenis moeten aangaan zich aan de geheimhoudingsplicht te houden.
4. Het Bureau betaalt het onderzoeksbureau een vergoeding binnen de grenzen van de schalen die uiterlijk 31 december 1999 overeenkomstig artikel 93, lid 1, van de onderhavige verordening worden vastgesteld. De grenzen van de vastgestelde schalen kunnen slechts worden aangepast, indien Verordening (EG) nr. 1238/95 (1) van de Commissie [inzake de aan het Communautair Bureau voor Planterassen te betalen rechten] wordt aangepast.
5. Het onderzoeksbureau legt op geregelde tijdstippen een gedetailleerd overzicht van de kosten van de uitvoering van het technische onderzoek en de instandhouding van de referentieverzamelingen aan het Bureau voor. In het in lid 3 bedoelde geval legt het onderzoeksbureau een afzonderlijk accountantsverslag van de andere instellingen aan het Bureau voor.
6. De aanwijzing van een onderzoeksbureau geldt eerst als beëindigd vanaf de dag waarop de in lid 1 bedoelde schriftelijke overeenkomst ophoudt van kracht te zijn.