Art. 9
De in artikel 3 bedoelde steun wordt alleen uitbetaald aan bedrijven die de in artikel 1 genoemde produkten verwerken en die:
a) een voorraadboekhouding voeren waarin ten minste worden vermeld:
- de verwerkte hoeveelheden groenvoeder en, in voorkomend geval, in de zon gedroogde voedergewassen; wanneer de bijzondere situatie van het bedrijf dit vereist, kan evenwel worden toegestaan dat de hoeveelheden worden geraamd aan de hand van de ingezaaide oppervlakte;
- de geproduceerde hoeveelheden gedroogde voedergewassen, alsmede de hoeveelheden en de kwaliteit van de gedroogde voedergewassen die het bedrijf hebben verlaten;
b) in voorkomend geval, alle andere bewijsstukken overleggen die nodig zijn om na te gaan of het bedrijf op de steun aanspraak kan maken;
c) minstens onder één van de volgende categorieën vallen:
- bedrijven die contracten hebben gesloten met producenten van te drogen voedergewassen;
- bedrijven die hun eigen oogst of, wanneer het groeperingen betreft, de oogst van hun leden hebben verwerkt;
- bedrijven die de voedergewassen hebben betrokken van natuurlijke of rechtspersonen die bepaalde nader te omschrijven waarborgen bieden en die met de producenten van de te drogen voedergewassen contracten hebben gesloten; deze natuurlijke of rechtspersonen moeten kopers zijn die door de bevoegde instantie van de Lid-Staat waar de voedergewassen geoogst worden, zijn erkend onder voorwaarden die zijn vastgesteld volgens de procedure van artikel 17.