Art. 32 Richtlijn 95/46/EG
1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk aan het einde van een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de aanneming van deze richtlijn aan deze richtlijn te voldoen.
Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.
2. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat verwerking die reeds bezig is op de datum waarop de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen in werking treden, binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf die datum wordt aangepast aan die bepalingen.
In afwijking van de eerste alinea kunnen de Lid-Staten bepalen dat de verwerking van gegevens die op de datum van inwerkingtreding van de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen reeds in niet-geautomatiseerde bestanden voorkwamen, aan de artikelen 6, 7 en 8 van deze richtlijn worden aangepast binnen een termijn van twaalf jaar te rekenen vanaf de datum van aanneming van deze richtlijn. De Lid-Staten garanderen de betrokkenen evenwel het recht om desgevraagd en inzonderheid wanneer zij hun recht op toegang uitoefenen gegevens die onvolledig of onjuist zijn, dan wel opgeslagen zijn op een wijze die onverenigbaar is met de gerechtvaardigde doeleinden van de voor de verwerking verantwoordelijke, te laten corrigeren, wissen of afschermen.
3. In afwijking van lid 2 kunnen de Lid-Staten, behoudens passende waarborgen, bepalen dat gegevens die alleen voor historisch onderzoek worden opgeslagen, niet worden aangepast aan de artikelen 6, 7 en 8 van deze richtlijn.
4. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.