Art. 1 Richtlijn 95/29/EG

Richtlijn 95/29/EG

Richtlijn 91/628/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 1, lid 2, onder a), wordt vervangen door:

"a) - op het vervoer dat in het geheel geen handelskarakter heeft en op elk afzonderlijk dier dat vergezeld wordt door een natuurlijke persoon die gedurende het vervoer verantwoordelijk is voor het dier,

- op het vervoer van gezelschapshuisdieren die hun baas gedurende een privéreis vergezellen";

2. in artikel 2, lid 2,

a) wordt in punt e) in plaats van "tien uren" gelezen "24 uren";

b) worden de volgende punten toegevoegd:

"h) "rusttijd": ononderbroken periode tijdens de reis waarin de dieren niet worden verplaatst met behulp van een vervoermiddel;

i) "vervoerder": iedere natuurlijke of rechtspersoon die dieren vervoert - voor eigen rekening, of - voor rekening van derden, of - door een vervoermiddel voor het vervoer van dieren aan een derde ter beschikking te stellen,

zulks voor handelsdoeleinden en met winstoogmerk";

3. in artikel 3, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:

"a bis - de ruimte (beladingsdichtheid) waarover de dieren beschikken ten minste voldoet aan de in hoofdstuk VI van de bijlage vastgestelde minima ten aanzien van de in dat hoofdstuk bedoelde dieren en vervoermiddelen,

- de reis- en rusttijden en de tussenpozen voor het voederen en drenken voor bepaalde diersoorten, onverminderd Verordening (EEG) nr. 3820/85 (*) voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk VII van de bijlage ten aanzien van de in dat hoofdstuk bedoelde dieren;

(*) PB nr. L 370 van 31. 12. 1985, blz. 1.";

4. artikel 5 wordt vervangen door:

"Artikel 5 A. De Lid-Staten zien erop toe dat:

1. iedere vervoerder a) i) is geregistreerd, zodat de bevoegde autoriteit hem in geval van niet-naleving van de eisen van deze richtlijn snel kan identificeren;

ii) beschikt over een erkenning die geldig is voor elk vervoer van gewervelde dieren op één van de in bijlage I van Richtlijn 90/675/EEG bedoelde grondgebieden en is verstrekt door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van vestiging of, in het geval van een in een derde land gevestigd bedrijf, door een bevoegde autoriteit van een Lid-Staat van de Unie, op voorwaarde dat de verantwoordelijke van het vervoerbedrijf zich schriftelijk ertoe heeft verbonden de eisen van de geldende communautaire veterinaire voorschriften na te leven.

In deze verbintenis wordt met name gepreciseerd dat:

- de in punt 2 bedoelde vervoerder de nodige schikkingen heeft getroffen om de eisen van deze richtlijn na te leven tot aan de plaats van bestemming, en meer bepaald in geval van uitvoer naar derde landen de plaats van bestemming zoals omschreven in de communautaire wetgeving;

- onverminderd het bepaalde in de bijlage, hoofdstuk I, afdeling A, punt 6, onder b), het in punt 2, onder a), bedoelde personeel binnen het bedrijf of bij een opleidingsinstelling een specifieke opleiding heeft gevolgd of over een gelijkwaardige beroepservaring beschikt om gewervelde dieren te hanteren en te vervoeren en om zo nodig de vervoerde dieren op passende wijze te verzorgen;

b) de dieren niet vervoert of doet vervoeren onder zodanige omstandigheden dat zij worden blootgesteld aan letsels of onnodig lijden;

c) voor het vervoer van de in deze richtlijn bedoelde dieren gebruik maakt van vervoermiddelen waarmee de communautaire eisen inzake welzijn tijdens het vervoer, met name de in de bijlage bedoelde eisen en de overeenkomstig artikel 13, lid 1, vast te stellen eisen, kunnen worden nageleefd;

2. de vervoerder a) het vervoer van levende dieren toevertrouwt aan personeel dat over de vereiste vaardigheden, beroepsbekwaamheden en kennis beschikt als bedoeld in punt 1), onder a);

b) voor de in artikel 1, onder a), bedoelde dieren die bestemd zijn voor het handelsverkeer tussen Lid-Staten, voor uitvoer naar derde landen, en indien de reistijd langer is dan 8 uur, overeenkomstig het model in hoofdstuk VIII van de bijlage een reisschema opstelt, dat gedurende de reis gehecht blijft aan het gezondheidscertificaat, en waarin tevens de eventuele halte- en overlaadplaatsen zijn vermeld.

Er moet overeenkomstig het bepaalde onder c) één enkel reisschema worden opgesteld voor de gehele duur van de reis;

c) het onder b) bedoelde reisschema aan de bevoegde autoriteit overlegt zodat deze tot de opstelling van het gezondheidscertificaat kan overgaan, waarna het nummer of de nummers van de certificaten in het reisschema worden vermeld en het stempel van de dierenarts van de plaats van vertrek worden aangebracht; de dierenarts geeft er via het Animo-systeem kennis van dat dit reisschema bestaat;

d) zich ervan vergewist:

i) dat het origineel van het onder b) bedoelde reisschema - op het juiste moment door de juiste personen naar behoren wordt in- een aangevuld;

- aan het gezondheidscertificaat wordt gehecht dat het vervoer gedurende de gehele reisduur begeleidt;

ii) dat het met het vervoer belaste personeel - in het reisschema de tijdstippen en plaatsen vermeldt waarop de vervoerde dieren tijdens de reis gevoederd en gedrenkt zijn,

- wanneer dieren worden uitgevoerd naar derde landen en de reistijd over het grondgebied van de Gemeenschap langer is dan 8 uur, na controle het reisschema laat viseren (stempel en ondertekening) door de bevoegde autoriteit van de goedgekeurde inspectiepost aan de grens of het door een Lid-Staat aangewezen vertrekpunt uit de Gemeenschap nadat de dieren door de bevoegde veterinaire autoriteit op passende wijze gecontroleerd zijn en geschikt zijn bevonden om de reis voort te zetten.

De Lid-Staten kunnen voorschrijven dat de kosten van deze veterinaire controle ten laste komen van de persoon die de dieren uitvoert;

- bij zijn terugkeer het reisschema terugzendt aan de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong.

Voor de uitvoer van dieren naar derde landen met vervoer over zee en indien de reistijd langer is dan 8 uur, zijn evenwel dezelfde bepalingen van toepassing;

e) gedurende een door de bevoegde autoriteit vastgestelde periode een duplicaat van het onder b) bedoelde reisschema bewaart, dat desgevraagd voor eventuele controle aan de bevoegde autoriteit kan worden overgelegd;

f) afhankelijk van de vervoerde diersoort en wanneer de te ondernemen reis inhoudt dat de bepalingen van punt 4 van bijlage VII in acht moeten worden genomen, het bewijs levert dat maatregelen zijn genomen om te voorzien in de behoeften aan drenken en voedsel van de vervoerde dieren tijdens de reis, zelfs wanneer het reisschema wordt gewijzigd of de reis door onvoorziene omstandigheden wordt onderbroken;

g) zich ervan vergewist dat de dieren zonder vertraging naar hun plaats van bestemming worden vervoerd;

h) zich ervan vergewist dat de dieren van niet onder hoofdstuk VII van de bijlage vallende soorten tijdens het vervoer met passende tussenpozen en op passende wijze worden gedrenkt en gevoederd, zulks onverminderd het bepaalde in hoofdstuk III van de bijlage;

3. de halteplaatsen, die van tevoren door de in de punt 2 bedoelde verantwoordelijke zijn bepaald, regelmatig worden gecontroleerd door de bevoegde autoriteit, die zich er ook van moet vergewissen dat de dieren geschikt zijn om de reis voort te zetten;

4. de kosten in verband met de naleving van de voorschriften inzake het voederen, het drenken en het rusten van de dieren ten laste komen van de in punt 1 bedoelde personen.

B. De eventuele uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 17.";

5. artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8 De Lid-Staten zien erop toe dat, met inachtneming van de in Richtlijn 90/425/EEG vastgestelde beginselen en voorschriften inzake controles, de bevoegde autoriteiten toezien op de naleving van deze richtlijn aan de hand van niet-discriminerende controles van:

a) de vervoermiddelen en dieren tijdens het vervoer over de weg;

b) de vervoermiddelen en dieren bij hun aankomst op de plaatsen van bestemming;

c) de vervoermiddelen en dieren op markten, vertrekplaatsen, halteplaatsen en overlaadplaatsen;

d) de vermeldingen in de begeleidende documenten.

Deze controles moeten betrekking hebben op een geschikt monster van de dieren die jaarlijks binnen elke Lid-Staat worden vervoerd en kunnen worden verricht op hetzelfde moment als controles voor andere doeleinden.

De bevoegde autoriteit van elke Lid-Staat legt de Commissie een jaarverslag voor met opgave van het aantal controles dat tijdens het vorige kalenderjaar voor elk van de punten a), b), c) en d) is verricht, en onder meer nadere gegevens over de geconstateerde overtredingen en de maatregelen die de bevoegde autoriteit dientengevolge heeft getroffen.

Bovendien kunnen er controles worden verricht tijdens het vervoer van dieren op het grondgebied van een Lid-Staat wanneer de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat over gegevens beschikt die een overtreding doen vermoeden.

Dit artikel laat de controles die worden verricht in het kader van taken die door de instanties belast met de algemene wetstoepassing in een Lid-Staat op niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd, onverlet.";

6. aan artikel 9, lid 1, wordt de volgende derde alinea toegevoegd:

"Van de maatregelen die ingevolge de tweede alinea zijn genomen wordt door de bevoegde autoriteit kennis gegeven via het Animo-netwerk overeenkomstig - onder meer financiële - bepalingen die volgens de procedure van artikel 17 worden vastgesteld.";

7. artikel 10 wordt vervangen door:

"Artikel 10 1. Deskundigen van de Commissie kunnen, voor zover dit voor de uniforme toepassing van de onderhavige richtlijn noodzakelijk is, controles ter plaatse verrichten. Daartoe kunnen zij zich er op aselecte en niet-discriminerende wijze van vergewissen dat de bevoegde autoriteit nagaat of de voorschriften van deze richtlijn worden toegepast.

De Commissie brengt de Lid-Staten op de hoogte van de uitslag van de verrichte controles.

2. De in lid 1 bedoelde controles worden in samenwerking met de bevoegde autoriteit uitgevoerd.

3. De Lid-Staat op het grondgebied waarvan een controle wordt verricht, geeft de deskundigen alle steun bij de uitvoering van hun taak.

4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 17.";

8. artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11 1. De voorschriften van Richtlijn 91/496/EEG zijn van toepassing, met name voor wat betreft de organisatie van de controles en de aan die controles te verbinden gevolgen.

2. Invoer, doorvoer en vervoer op en via het communautaire grondgebied van in deze richtlijn bedoelde levende dieren, afkomstig uit derde landen, zijn alleen toegestaan indien de vervoerder - zich er schriftelijk toe verbindt aan de eisen van deze richtlijn te voldoen, inzonderheid die bedoeld in artikel 5, en verklaart de hiervoor noodzakelijke maatregelen te hebben genomen;

- een overeenkomstig artikel 5 opgesteld reisschema overlegt.

3. Bovendien gaat de officiële dierenarts van de inspectiepost aan de grens, bij de controle op de naleving van de eisen van lid 2, na of aan de voorwaarden inzake het welzijn van de dieren is voldaan. Indien hij vaststelt dat aan de eisen inzake drenken en voederen van de dieren niet is voldaan, treft hij op kosten van de marktdeelnemer de in artikel 9 bedoelde maatregelen.

4. De in artikel 4, lid 1, derde streepje, van Richtlijn 91/496/EEG bedoelde certificaten of documenten worden volgens de procedure van artikel 17 aangevuld om rekening te houden met de eisen van de onderhavige richtlijn.

In afwachting van de aanneming van deze maatregelen zijn de nationale voorschriften ter zake van toepassing met inachtneming van de algemene bepalingen van het Verdrag.";

9. artikel 13 wordt vervangen door:

"Artikel 13 1. De Commissie dient vóór 31 december 1995 bij de Raad voorstellen in voor de vaststelling van de normen waaraan de vervoermiddelen moeten voldoen. De Raad spreekt zich met gekwalificeerde meerderheid van stemmen over deze voorstellen uit.

2. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vóór 30 juni 1996 de communautaire criteria vast waaraan de halteplaatsen moeten voldoen qua opvangstructuur, voederen, drenken, laden, lossen en in voorkomend geval het onderbrengen van bepaalde soorten dieren, alsmede de veterinairrechtelijke eisen die op die halteplaatsen van toepassing zijn.

3. De Commissie dient vóór 31 december 1999 bij de Raad een verslag in over de ervaringen die de Lid-Staten sinds de tenuitvoerlegging van deze richtlijn hebben opgedaan, eventueel vergezeld van voorstellen waarover de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit neemt.

4. In afwachting van de tenuitvoerlegging van de in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen zijn de nationale voorschriften ter zake van toepassing met inachtneming van de algemene bepalingen van het Verdrag.";

10. artikel 16 wordt vervangen door:

"Artikel 16 1. De Lid-Staten kunnen voor de verplaatsing van dieren in bepaalde delen van het grondgebied als bedoeld in bijlage I van Richtlijn 90/675/EEG afwijkingen toestaan op het bepaalde in de onderhavige richtlijn, zulks teneinde rekening te houden met de afgelegen geografische ligging van deze gebieden ten opzichte van het continentale deel van het communautaire grondgebied.

2. De Lid-Staten die van deze mogelijkheid gebruik maken, delen in het Permanent Veterinair Comité de andere Lid-Staten en de Commissie mede welke maatregelen zij ter zake hebben genomen.";

11. in artikel 18 wordt lid 2 vervangen door:

"2. In geval van herhaalde overtredingen van deze richtlijn of in geval van een overtreding waarbij de dieren ernstig lijden neemt een Lid-Staat, onverminderd de andere sancties waarin wordt voorzien, de nodige maatregelen om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen; deze maatregelen kunnen de schorsing of zelfs de intrekking van de in artikel 5, onder A, lid 1, onder a) ii), bedoelde erkenning inhouden.

De Lid-Staten bepalen bij de omzetting van deze richtlijn in nationaal recht de maatregelen die zij zullen nemen om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen.";

12. aan artikel 18 worden de volgende leden toegevoegd:

"3. Wanneer in een Lid-Staat van doorvoer of bestemming door de bevoegde autoriteit van één van deze Lid-Staten wordt vastgesteld dat een vervoerbedrijf deze richtlijn niet naleeft, neemt zijn onverwijld contact op met de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat die de erkenning heeft verstrekt. Deze laatste neemt alle nodige maatregelen, inzonderheid die bedoeld in lid 2. Zij stelt de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waarin de overtreding is vastgesteld, alsmede de Commissie in kennis van het besluit en van de redenen die daartoe hebben geleid.

De Commissie brengt de andere Lid-Staten hiervan regelmatig op de hoogte.

4. Overeenkomstig de bij Richtlijn 89/608/EEG (*) vastgestelde bepalingen verlenen de Lid-Staten elkaar wederzijdse bijstand bij de toepassing van de onderhavige richtlijn, in het bijzonder met het oog op de naleving van de bepalingen van dit artikel.

In geval van ernstige of herhaalde overtredingen kan de Lid-Staat waar de overtredingen zijn geconstateerd, voor zover de mogelijkheden die door de wederzijdse bijstand worden geboden, zijn uitgeput, het vervoer van dieren op zijn grondgebied door de in het geding zijnde vervoerder tijdelijk verbieden.

5. Dit artikel laat de nationale strafrechtelijke bepalingen onverlet.

(*) PB nr. L 351 van 2. 12. 1989, blz. 34.";

13. aan hoofdstuk I, deel A, punt 2, onder b), van de bijlage wordt de volgende tekst toegevoegd:

"In de dierenafdeling en in elk van de niveaus daarvan dient een vrije ruimte te worden gelaten die toereikend is voor een adequate luchtverversing boven de dieren wanneer deze op natuurlijke wijze rechtop staan, en die hun natuurlijke bewegingen op generlei wijze belemmert.";

14. in hoofdstuk I, deel A, punt 2, van de bijlage wordt punt d) vervangen door:

"d) Tijdens het vervoer moeten de dieren met de daarvoor in hoofdstuk VII vastgestelde tussenpozen worden gedrenkt en met geschikt voer worden gevoederd."

15. aan de bijlage worden de hoofdstukken toegevoegd die in de bijlage bij de onderhavige richtlijn zijn opgenomen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen