Art. 8 Richtlijn 95/16/EG
1. Alvorens veiligheidscomponenten als genoemd in bijlage IV in de handel te brengen dient de fabrikant van een veiligheidscomponent, of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde:
a) i) hetzij het model van de veiligheidscomponent een EG-typeonderzoek overeenkomstig bijlage V en produktiecontroles door een aangemelde instantie overeenkomstig bijlage XI te laten ondergaan;
ii) hetzij het model van de veiligheidscomponent een EG-typeonderzoek overeenkomstig bijlage V te laten ondergaan en een kwaliteitsborgingssysteem overeenkomstig bijlage VIII voor de produktiecontrole toe te passen;
iii) hetzij een systeem van volledige kwaliteitsborging overeenkomstig bijlage IX toe te passen;
b) de CE-markering op iedere veiligheidscomponent aan te brengen en een verklaring van overeenstemming op te stellen die de in bijlage II genoemde gegevens bevat; daarbij dienen de voorschriften van de gebruikte bijlage (naar gelang van het geval bijlage VIII, IX of XI) in aanmerking te worden genomen;
c) gedurende tien jaar na de datum waarop de vervaardiging van de veiligheidscomponent wordt stopgezet een afschrift van de verklaring van overeenstemming te bewaren.
2. Alvorens een lift in de handel wordt gebracht, dient een van de volgende procedures te zijn gevolgd:
i) ofwel, indien de lift is ontworpen in overeenstemming met een lift die het EG-typeonderzoek van bijlage V heeft ondergaan, worden voor de bouw, de installatie en de keuring de volgende procedures toegepast:
- de eindcontrole van bijlage VI, of
- het kwaliteitsborgingssysteem van bijlage XII, of
- het kwaliteitsborgingssysteem van bijlage XIV.
De procedureonderdelen betreffende de installatie en de keuring kunnen op dezelfde lift worden toegepast als die welke betrekking hebben op het ontwerp en de bouw;
ii) ofwel, indien de lift is ontworpen in overeenstemming met een modellift die het EG-typeonderzoek van bijlage V heeft ondergaan, worden voor de bouw, de installatie en de keuring de volgende procedures toegepast:
- de eindcontrole van bijlage VI, of
- het kwaliteitsborgingssysteem van bijlage XII, of
- het kwaliteitsborgingssysteem van bijlage XIV;
iii) ofwel, indien de lift is ontworpen in overeenstemming met een lift waarvoor een kwaliteitsborgingssysteem is gehanteerd dat voldoet aan de eisen van bijlage XIII, aangevuld met een controle van het ontwerp wanneer dit niet geheel voldoet aan de geharmoniseerde normen, worden voor de bouw, de installatie en de keuring de volgende procedures toegepast:
- de eindcontrole van bijlage VI, of
- het kwaliteitsborgingssysteem van bijlage XII, of
- het kwaliteitsborgingssysteem van bijlage XIV;
iv) ofwel wordt op de lift de eenheidskeuring van bijlage X toegepast door een aangemelde instantie;
v) ofwel wordt op de lift het kwaliteitsborgingssysteem van bijlage XIII toegepast, aangevuld met een controle van het ontwerp wanneer dit niet geheel voldoet aan de geharmoniseerde normen.
In de in de punten i), ii) en iii) genoemde gevallen dient de voor het ontwerp verantwoordelijke persoon aan de voor de bouw, de installatie en de proeven verantwoordelijke persoon alle nodige documentatie en gegevens te verstrekken voor een volstrekt veilig verloop van deze laatste verrichtingen.
3. In alle in lid 2 bedoelde gevallen
- brengt de installateur de CE-markering op de lift aan en stelt hij een verklaring van overeenstemming op die de in bijlage II genoemde gegevens bevat; daarbij dient hij de voorschriften van de gebruikte bijlage (bijlage VI, X, XII, XIII of XIV, naar gelang van het geval) in aanmerking te nemen;
- bewaart de installateur van de lift gedurende tien jaar na het in de handel brengen van de lift een afschrift van de verklaring van overeenstemming;
- kunnen de Commissie, de Lid-Staten en de andere aangemelde instanties op hun verzoek van de installateur een afschrift verkrijgen van de verklaring van overeenstemming en van de verslagen over de proeven in verband met de eindcontrole.
4. a) Indien liften of veiligheidscomponenten met betrekking tot andere aspecten onder andere richtlijnen vallen die voorzien in het aanbrengen van de CE-markering, geeft de markering aan dat de lift of de veiligheidscomponent geacht wordt ook aan de voorschriften van die andere richtlijnen te voldoen.
b) Indien echter in een of meer van deze richtlijnen de fabrikant gedurende een overgangsperiode de keuze van de toe te passen regeling wordt gelaten, geeft de CE-markering aan dat alleen aan de voorschriften van de door de installateur van de lift of de fabrikant van de veiligheidscomponent toegepaste richtlijnen is voldaan. In dat geval moeten de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte referenties van de toegepaste richtlijnen worden vermeld op de door deze richtlijnen voorgeschreven documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen die bij de lift of de veiligheidscomponent zijn gevoegd.
5. Wanneer noch de installateur van de lift, noch de fabrikant van de veiligheidscomponent of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde heeft voldaan aan de voorschriften van de leden 1 tot en met 4, gelden deze voor een ieder die de lift of de veiligheidscomponent in de Gemeenschap in de handel brengt. Deze voorschriften gelden ook voor hem die de lift of de veiligheidscomponent voor eigen gebruik bouwt.