Art. 2 Richtlijn 95/16/EG
1. De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen om ervoor te zorgen dat:
- de liften waarop deze richtlijn van toepassing is uitsluitend in de handel gebracht en in bedrijf gesteld kunnen worden, indien zij geen gevaar opleveren voor de veiligheid en de gezondheid van personen en, in voorkomend geval, de veiligheid van goederen, wanneer zij op passende wijze worden geïnstalleerd en onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt;
- de veiligheidscomponenten waarop deze richtlijn van toepassing is, uitsluitend in de handel gebracht en in bedrijf gesteld kunnen worden, indien de liften waarop zij worden aangebracht geen gevaar opleveren voor de veiligheid en de gezondheid van personen en, in voorkomend geval, de veiligheid van goederen, wanneer zij op passende wijze worden geïnstalleerd en onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt.
2. De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen om ervoor te zorgen dat degene die verantwoordelijk is voor de verwezenlijking van het gebouw of het bouwwerk en de installateur van de lift elkaar in kennis stellen van de nodige gegevens en passende maatregelen treffen teneinde de goede werking en het veilige gebruik van de lift te waarborgen.
3. De Lid-Staten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er in liftschachten geen leidingen of installaties aanwezig zijn die niet voor de werking of veiligheid van de lift vereist zijn.
4. Onverminderd de leden 1, 2 en 3, doet deze richtlijn geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Lid-Staten om onder inachtneming van het Verdrag eisen voor te schrijven die zij noodzakelijk achten ter bescherming van personen bij het in bedrijf stellen en het gebruik van de betrokken liften, mits die liften aan deze richtlijn blijven voldoen.
5. De Lid-Staten beletten niet dat op jaarbeurzen, exposities, bij demonstraties enz. liften of veiligheidscomponenten worden getoond die niet met de geldende communautaire voorschriften in overeenstemming zijn, mits op een zichtbaar bord duidelijk is aangegeven dat die liften of veiligheidscomponenten niet aan de voorschriften voldoen en niet te koop zijn voordat zij door de installateur van de lift of door de fabrikant van de veiligheidscomponenten of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde aan de voorschriften zijn aangepast. Bij demonstraties moeten de juiste veiligheidsmaatregelen worden genomen om de bescherming van personen te waarborgen.