Art. 2 Richtlijn 95/2/EG
1. Alleen de in de bijlagen I, III, IV en V opgesomde stoffen mogen voor de in artikel 1, lid 3, vermelde doeleinden in levensmiddelen worden gebruikt.
2. Voor de in artikel 1, lid 3, vermelde doeleinden mogen de in bijlage I opgesomde stoffen volgens het "quantum satis"-principe worden toegevoegd aan levensmiddelen, met uitzondering van de in bijlage II opgesomde levensmiddelen.
3. Tenzij anders bepaald, is lid 2 niet van toepassing op:
a) - onbewerkte levensmiddelen,
- honing als omschreven in Richtlijn 74/409/EEG (13),
- niet-geëmulgeerde oliën en vetten van dierlijke of plantaardige oorsprong,
- boter,
- gepasteuriseerde en gesteriliseerde (inclusief UHT) melk en room (inclusief volle, halfvolle en magere),
- niet-gearomatiseerde met levende fermenten gefermenteerde melkprodukten,
- natuurlijk mineraalwater als omschreven in Richtlijn 80/777/EEG (14), alsmede bronwater,
- koffie (met uitzondering van oploskoffie met smaakstoffen) en koffie-extract,
- niet-gearomatiseerde bladthee,
- suikers als omschreven in Richtlijn 73/437/EEG (15),
- droge dreegwaren,
- niet-gearomatiseerde natuurlijke karnemelk (met uitzondering van gesteriliseerde karnemelk).
In deze richtlijn wordt onder "onbewerkt" verstaan dat de levensmiddelen geen behandeling hebben ondergaan welke een ingrijpende wijziging veroorzaakt in de oorspronkelijke staat ervan. Zij mogen echter bij voorbeeld gesneden, verdeeld, uitgebeend, gehakt, gepeld, gewassen, geschild, gemalen, schoongemaakt, diepgevroren of ingevroren, gekoeld, ontkorst of gedopt, verpakt of niet verpakt zijn;
b) levensmiddelen voor zuigelingen en peuters als omschreven in Richtlijn 89/398/EEG, met inbegrip van levensmiddelen voor zuigelingen en peuters die niet in goede gezondheid verkeren. Voor deze levensmiddelen gelden de bepalingen van bijlage VI;
c) de in bijlage II genoemde levensmiddelen, die alleen de in die bijlage bedoelde additieven en de in bijlage III of bijlage IV bedoelde additieven mogen bevatten, mits voldaan wordt aan de aldaar gestelde voorwaarden.
4. De in de bijlagen III en IV opgesomde additieven mogen alleen worden gebruikt in de levensmiddelen die aldaar zijn vermeld, mits voldaan wordt aan de aldaar gestelde voorwaarden.
5. Alleen de in bijlage V opgesomde additieven kunnen voor levensmiddelenadditieven worden gebruikt als draagstoffen c.q. oplosmiddelen die als draagstoffen fungeren, mits voldaan wordt aan de aldaar gestelde voorwaarden.
6. Deze richtlijn is eveneens van toepassing op de overeenkomstige levensmiddelen bestemd voor specifieke voeding overeenkomstig Richtlijn 89/398/EEG.
7. De in de bijlagen genoemde maximumconcentraties hebben, tenzij anders bepaald, betrekking op levensmiddelen zoals deze in de handel worden gebracht.
8. In de bijlagen bij deze richtlijn betekent "quantum satis" dat geen maximumhoeveelheid wordt aangegeven. Additieven dienen echter toegepast te worden overeenkomstig goede produktiemethoden, in hoeveelheden die niet groter zijn dan voor het beoogde doel nodig is en op voorwaarde dat de consument niet wordt misleid.