Art. 81 Verordening (EG) nr. 40/94, Verdeling van de kosten

Verordening (EG) nr. 40/94

1. De verliezende partij in een procedure betreffende oppositie, verval, nietigheid of beroep, betaalt de taksen alsook, behoudens het bepaalde in artikel 115, lid 6, alle vereiste procedurekosten die de andere partij heeft gedragen, met inbegrip van de reis- en verblijfkosten en de bezoldiging van een gemachtigde, raadsman of advocaat, met inachtneming van de tarieven die voor elke kostencategorie overeenkomstig de uitvoeringsverordening worden vastgesteld.

2. Voor zover evenwel de partijen respectievelijk op een of meer punten in het ongelijk worden gesteld of voor zover de billijkheid zulks vereist, beslist de oppositieafdeling, de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep dat de kosten anders worden verdeeld.

3. De partij die door intrekking van de aanvrage om het Gemeenschapsmerk, van de oppositie, van de vordering tot vervallen- of nietigverklaring of van het beroep, door niet-vernieuwing van de inschrijving van het Gemeenschapsmerk of door afstand van het Gemeenschapsmerk, een einde maakt aan een procedure, betaalt de taksen, alsmede de door de andere partij gedragen kosten overeenkomstig de leden 1 en 2.

4. Wanneer de procedure zonder voorwerp is geraakt, beslist de oppositieafdeling, de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep vrijelijk over de kosten.

5. Wanneer de partijen voor de oppositieafdeling, de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep een andere kostenregeling overeenkomen dan die van de vorige leden, neemt de betrokken afdeling hiervan nota.

6. Op verzoek stelt de griffie van de oppositieafdeling, de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep het bedrag vast dat op grond van de voorgaande leden vergoed moet worden. Dit bedrag kan op een binnen de gestelde termijn gedaan verzoek bij beslissing van de oppositieafdeling, de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep herzien worden.