Art. 39 Verordening (EG) nr. 40/94, Recherche
1. Nadat voor een aanvrage om een Gemeenschapsmerk een indieningsdatum bepaald is en geconstateerd is dat de aanvrager voldoet aan de in artikel 5 genoemde voorwaarden, stelt het Bureau een communautair rechercheverslag op waarin melding wordt gemaakt van ontdekte oudere Gemeenschapsmerken of oudere aanvragen om Gemeenschapsmerken die overeenkomstig artikel 8 aan de inschrijving van het aangevraagde Gemeenschapsmerk kunnen worden tegengeworpen.
2. Zodra voor een aanvrage om een Gemeenschapsmerk een indieningsdatum is bepaald, stuurt het Bureau een kopie daarvan naar de centrale dienst voor de industriële eigendom van elke Lid-Staat die aan het Bureau kennis heeft gegeven van zijn besluit om met betrekking tot aanvragen om Gemeenschapsmerken een recherche te verrichten in zijn eigen merkenregister.
3. Elke in lid 2 genoemde centrale dienst voor de industriële eigendom stuurt aan het Bureau binnen drie maanden na ontvangst van een aanvrage om een Gemeenschapsmerk een rechercheverslag toe, waarin hetzij ontdekte oudere nationale merken of oudere aanvragen om nationale merken worden genoemd die overeenkomstig artikel 8 aan de inschrijving van het aangevraagde Gemeenschapsmerk kunnen worden tegengeworpen, hetzij vermeld wordt dat bij de recherche niet van het bestaan van dergelijke rechten gebleken is.
4. Voor elk rechercheverslag dat het overeenkomstig lid 3 van een centrale dienst voor de industriële eigendom ontvangt, wordt door het Bureau aan deze dienst een bepaald bedrag betaald. Dit bedrag is voor elke centrale dienst hetzelfde en wordt bij een met een meerderheid van drie vierde van de vertegenwoordigers der Lid-Staten genomen besluit vastgesteld door het Begrotingscomité.
5. Het Bureau stuurt de aanvrager van een Gemeenschapsmerk onverwijld het communautair rechercheverslag toe alsmede, binnen de in lid 3 genoemde termijn, de nationale rechercheverslagen die het ontvangen heeft.
6. Bij de publikatie van de aanvrage om een Gemeenschapsmerk, die niet mag plaatsvinden vóór het verstrijken van een maand na de datum waarop het Bureau de rechercheverslagen toestuurt aan de aanvrager, geeft het Bureau aan de houders van de in het communautair rechercheverslag genoemde oudere Gemeenschapsmerken of de rechthebbenden op oudere aanvragen om Gemeenschapsmerken kennis van de publikatie van de aanvrage om het Gemeenschapsmerk.
7. Vijf jaar na de opening van het Bureau voor de indiening van aanvragen, legt de Commissie aan de Raad een verslag voor over de werking van de in dit artikel beschreven wijze van recherche, inclusief de krachtens lid 4 aan de Lid-Staten gedane betalingen, met, indien nodig, passende voorstellen tot wijziging van deze verordening om de wijze van recherche, op grond van de ervaring en de ontwikkeling van de recherchetechnieken aan te passen.