Art. 23 Verordening (EG) nr. 40/94, Werking jegens derden

Verordening (EG) nr. 40/94

1. De in de artikelen 17, 19 en 22 bedoelde rechtshandelingen betreffende het Gemeenschapsmerk kunnen in alle Lid-Staten slechts aan derden worden tegengeworpen nadat zij in het register ingeschreven zijn. Wel kan een zodanige handeling vóór deze inschrijving worden tegengeworpen aan derden die rechten op het merk verworven hebben na de datum van die handeling, maar die op de datum waarop zij de betrokken rechten verwierven, van die handeling op de hoogte waren.

2. Lid 1 is niet van toepassing op een persoon die het Gemeenschapsmerk of een recht op het Gemeenschapsmerk verworven heeft door overdracht van de onderneming in haar geheel of krachtens andere rechtsopvolging onder algemene titel.

3. De werking jegens derden van de in artikel 20 bedoelde rechtshandelingen wordt beheerst door het recht van de overeenkomstig artikel 16 aangewezen Lid-Staat.

4. Totdat gemeenschappelijke bepalingen inzake faillissement voor de Lid-Staten in werking treden, wordt de werking jegens derden van een faillissements- of soortgelijke procedure beheerst door het recht van de Lid-Staat waar de procedure het eerst is ingeleid overeenkomstig het nationale recht of verdragen ter zake.