Art. 670 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a) "kantoor van binnenkomst": het douanekantoor waarlangs goederen onder geleide van een carnet ATA het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen;

b) "kantoor van uitgang": het douanekantoor waarlangs goederen onder geleide van een carnet ATA het douanegebied van de Gemeenschap verlaten;

c) "vervoermiddel": elk middel dat voor het vervoer van personen of goederen wordt gebruikt, daaronder begrepen de samen met het vervoermiddel ingevoerde reserve onderdelen, toebehoren en normale uitrusting, waaronder de benodigdheden om goederen te stouwen, te borgen of te beschermen;

d) "buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon": zowel een natuurlijke persoon wiens normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap is gelegen als een rechtspersoon waarvan de hoofdzetel buiten dit grondgebied is gelegen;

e) "gebruik voor bedrijfsdoeleinden": het gebruik van een vervoermiddel voor het vervoer van personen tegen vergoeding, of industrieel of commercieel goederenvervoer, al dan niet tegen vergoeding;

f) "particulier gebruik": het gebruik van een vervoermiddel, uitsluitend voor persoonlijke doeleinden, met uitsluiting van elk gebruik voor bedrijfsdoeleinden;

g) "container": een hulpmiddel bij het vervoer (laadkist, losse tank, afneembare carrosserie of soortgelijke houder) dat:

- een geheel of gedeeltelijk omsloten ruimte vormt en bestemd is om goederen te bevatten;

- van duurzame aard is en uit dien hoofde voldoende stevig voor herhaald gebruik;

- speciaal is ontworpen om het vervoer van goederen met een of meer vervoermiddelen te vergemakkelijken zonder tussentijdse in- of uitlading van de goederen;

- zo is ontworpen dat het gemakkelijk kan worden gehanteerd, met name bij het overladen van het ene vervoermiddel op of in het andere;

- zo is ontworpen dat het gemakkelijk kan worden gevuld en geledigd en een binneninhoud heeft van ten minste één kubieke meter.

Laadplatforms ("flats") worden gelijkgesteld met containers.

Onder "container" wordt mede verstaan het toebehoren en de uitrusting van de container, al naar gelang van de categorie waartoe de container behoort, mits zij samen met de container worden vervoerd. Voertuigen, toebehoren en onderdelen van voertuigen, verpakkingen en laadborden worden niet tot de "containers" gerekend.

In afwijking van het laatste streepje wordt onder "container" ook het soort container verstaan dat in het luchtvervoer wordt gebruikt met een binneninhoud van minder dan één kubieke meter;

h) "vervoer onder douaneverzegeling": het gebruik van een container voor het vervoer van goederen waarvan de identificatie door middel van verzegeling van de container is gewaarborgd;

i) "afneembare carrosserie": een laadruimte zonder voortbewegingsmechanisme, speciaal ontworpen om op een wegvoertuig te worden vervoerd, waarbij het chassis van het voertuig en het onderstel van de carrosserie speciaal voor dat doel zijn ingericht. Onder deze definitie vallen ook wissellaadbakken, zijnde laadruimten welke speciaal voor het gecombineerde vervoer zijn ontworpen;

j) "containers die een gedeeltelijk omsloten ruimte vormen": hulpmiddelen bij het vervoer die over het algemeen bestaan uit een vloer en een bovenbouw welke een laadruimte vormen die gelijk is aan die van een gesloten container. De bovenbouw bestaat in het algemeen uit metalen delen die het frame van de container vormen. Dit soort container kan ook een of meer zij- of voorwanden hebben. Deze containers bestaan soms enkel en alleen uit een dak dat door stijlen met de vloer is verbonden en die met name voor het vervoer van volumineuze goederen (zoals auto's) worden gebruikt;

k) "laadplatforms" ("flats"): laadvlak zonder bovenbouw of met een onvolledige bovenbouw, met dezelfde bodembreedte en -lengte als containers, met aan de zijkant van de laadvloer aangebrachte boven- en onderhoekstukken, waardoor dezelfde inrichtingen voor het vastzetten en het verticaal lossen van goederen als bij containers kunnen worden gebruikt;

l) "toebehoren en uitrusting van containers": in het bijzonder de volgende voorzieningen, zelfs indien deze verwijderbaar zijn:

i) uitrusting om de temperatuur binnen de container te controleren, te wijzigen of te handhaven;

ii) kleine apparaten (temperatuur- en schokregistratieapparaten e.d.) om de schommelingen in het omringende milieu en schokken aan te geven of te registreren;

iii) binnenwanden, laadborden, rekken, steunen, haken en andere soortgelijke voorzieningen om goederen vast te zetten;

m) "laadbord": een constructie, op de vloer waarvan een bepaalde hoeveelheid goederen kan worden bijeengeplaatst ten einde als een eenheid te worden behandeld met het oog op het vervoer, het laden en lossen of het opstapelen met behulp van mechanische werktuigen. Deze constructie bestaat of wel uit twee door verbindingsstukken aan elkaar bevestigde vloeren of wel uit een op poten rustende vloer of wel uit een speciaal platform dat in het luchtverkeer wordt gebruikt. De totale hoogte is zo gering mogelijk, doch voldoende voor het vervoer en voor het laden en lossen met rollen, vorkheftrucks of hefwagens; het laadbord kan al dan niet van een bovenbouw zijn voorzien;

n) "exploitant van een container of een laadbord": degene die zeggenschap heeft over de verplaatsing van de container of het laadbord, ongeacht of hij daarvan de eigenaar is;

o) "begunstigde van de regeling voor een container of een laadbord": de exploitant van een container of een laadbord of zijn vertegenwoordiger;

p) "intern verkeer": het vervoer van personen of van goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap worden opgenomen respectievelijk geladen en in dit gebied weer worden afgezet respectievelijk gelost.

Afdeling 2

Tijdelijke invoer van andere goederen dan vervoermiddelen

Onderafdeling 1

Gevallen waarin en voorwaarden waaronder tijdelijke invoer met volledige vrijstelling kan worden toegestaan

a) Beroepsuitrusting